Nederland heeft geen operationele grootschalige installaties voor het raffineren van black mass uit afgedankte lithium-ionbatterijen. Daardoor wordt dit materiaal geëxporteerd en worden metalen als lithium, kobalt, nikkel en mangaan in andere landen teruggewonnen.
TNO waarschuwt dat Nederland hierdoor een belangrijk deel van de economische opbrengst en strategische kennis in de batterijrecycling dreigt mis te lopen. Het land heeft wel een sterke positie in de inzameling, logistiek en voorbehandeling van gebruikte batterijen.
Te weinig batterijen voor rendabele fabriek
Black mass ontstaat nadat batterijen zijn ontmanteld en verwerkt. Het materiaal bevat geconcentreerde waardevolle metalen, die na raffinage opnieuw kunnen worden gebruikt voor onder meer elektrische voertuigen en energieopslag.
Een industriële installatie voor de verwerking van black mass heeft jaarlijks ongeveer 10.000 ton materiaal nodig om rendabel te zijn. De beschikbare volumes in Nederland liggen daar nog ver onder. Auto Recycling Nederland zamelde in 2025 ongeveer 430 ton batterijen uit elektrische voertuigen in. Stichting OPEN verzamelde in 2024 ongeveer 400 ton e-bikebatterijen.
De hoeveelheid afgedankte batterijen zal naar verwachting stijgen door de groei van elektrisch vervoer. Toch is die toename voorlopig niet voldoende om een grootschalige raffinagefabriek economisch haalbaar te maken. Bedrijven kunnen ook productieschroot van batterijfabrieken nodig hebben, bijvoorbeeld via langdurige afnamecontracten.
Energie en vergunningen vormen obstakel
Ook de beperkte Nederlandse batterijproductie bemoeilijkt investeringen. Daardoor is er in eigen land weinig vraag naar gerecyclede batterijmaterialen. Recyclingbedrijven zullen daarom afspraken moeten maken met afnemers elders in Europa om een stabiele markt op te bouwen.
Daarnaast vraagt batterijrecycling veel elektriciteit. Netcongestie maakt het voor nieuwe industriële installaties lastig om op tijd een aansluiting te krijgen. Hoge energiekosten en onzekere toegang tot het elektriciteitsnet kunnen investeringsbesluiten vertragen.
Vergunningprocedures duren regelmatig twee tot vijf jaar. TNO stelt dat technologische verbeteringen alleen deze problemen niet oplossen. Er is ook beleid nodig dat grondstofstromen, afzetmarkten, vergunningverlening, energie-infrastructuur en industriële ontwikkeling beter op elkaar laat aansluiten.
Zonder zulke maatregelen dreigt Nederland vooral een logistieke rol te houden in de Europese batterijrecycling. De inzameling en eerste verwerking blijven dan in Nederland, terwijl de materiaalterugwinning en de bijbehorende opbrengsten elders plaatsvinden.



