Lonen jonge werkenden stijgen vaak harder dan cao-lonen

De lonen van veel werkenden tussen 20 en 30 jaar zijn de afgelopen jaren sterker gestegen dan de afgesproken cao-lonen. Promoties, meer gewerkte uren en baanwisselingen spelen daarbij een belangrijke rol.

De feitelijke loonstijging van veel jonge werknemers lag de afgelopen jaren boven de verhogingen die in cao's waren vastgelegd. In 2025 namen cao-lonen met ongeveer 5 procent toe, terwijl het loon van twintigers en dertigers met meer dan 6 procent steeg.

Economen van ABN Amro concluderen dat de cao-loonontwikkeling wel een bruikbare algemene graadmeter is, maar niet alle veranderingen in de inkomens van werknemers weergeeft. Vooral bij jongere werkenden kunnen ontwikkelingen binnen een loopbaan tot een extra loonsprong leiden.

Meer uren, promoties en andere banen

Twintigers en dertigers gaan in deze fase van hun loopbaan vaker meer uren werken en krijgen vaker promotie, zegt Finn Blokker van ABN Amro. Ook wisselen zij relatief vaak van werkgever. Bij een overstap naar een andere baan hoort geregeld een aanvullende salarisverhoging.

Oudere werknemers veranderen minder vaak van baan. Een deel van hen werkt bovendien minder uren in aanloop naar het pensioen. Daardoor is de loonontwikkeling bij deze groep doorgaans minder sterk beïnvloed door veranderingen van functie, werkgever of arbeidsduur.

De loonstijging was de afgelopen vijf jaar niet alleen voor jongeren hoger dan de groei van de cao-lonen. Gemiddeld stegen de daadwerkelijke lonen van bijna alle werkenden van 20 tot 67 jaar sneller dan de lonen die uit cao-afspraken naar voren kwamen.

Krappe arbeidsmarkt vergrootte verschil

De verschillen waren het grootst in 2022 en 2023, toen de arbeidsmarkt het krapst was. Werkgevers hadden toen meer moeite om personeel te vinden, waardoor werknemers meer ruimte hadden om een hoger loon te bedingen, bijvoorbeeld bij een nieuwe baan.

In de zomer van 2022 waren er 142 vacatures per 100 werklozen. Inmiddels zijn dat 95 vacatures per 100 werklozen. Nu de spanning op de arbeidsmarkt iets is afgenomen, is ook het verschil tussen cao-loonstijgingen en de feitelijke loonontwikkeling kleiner geworden.

De economen wijzen erop dat koopkrachtberekeningen veelal uitgaan van cao-lonen. Wanneer de werkelijke loonstijging hoger ligt, kan het beeld van de inkomensontwikkeling van huishoudens daardoor onvolledig zijn. Zij pleiten ervoor dat beleidsanalyses ook rekening houden met promoties, veranderingen in arbeidsduur en baanwisselingen.

Lees ook