KLM heeft in het afgelopen kwartaal een operationele winst van 176 miljoen euro geboekt. Dat is 3 miljoen euro meer dan in dezelfde periode een jaar eerder, ondanks verstoringen door de oorlog in Iran en fors duurdere kerosine.
De luchtvaartmaatschappij kon een groot deel van de extra brandstofkosten verwerken in de ticketprijzen. Vooral op intercontinentale routes lukte dat, doordat er voldoende vraag bleef naar reizen vanuit Azië en Noord-Amerika.
Moederbedrijf Air France-KLM kwam uit op een totale winst van 484 miljoen euro. Dat is 251 miljoen euro minder dan een jaar eerder, maar wel meer dan analisten hadden verwacht.
Hogere tarieven op routes naar Azië
Door de onrust in het Midden-Oosten konden concurrenten zoals Qatar Airways en Emirates minder vluchten uitvoeren. KLM kreeg daardoor meer ruimte om de prijzen te verhogen op verbindingen tussen Europa en Azië.
Het concern heeft uiteindelijk 85 procent van de extra kosten voor brandstof aan klanten kunnen doorberekenen. Eind april ging Air France-KLM er nog van uit dat dit bij 60 procent van die kosten zou blijven.
De opbrengsten per passagier stegen op korte en middellange Europese vluchten met 4 procent. Op langeafstandsvluchten namen die opbrengsten met 11 procent toe. In Europa was de ruimte voor prijsverhogingen kleiner door concurrentie van prijsvechters en andere vormen van vervoer.
Transavia blijft verlieslatend
Transavia bleef in het kwartaal verlies maken. De prijsvechter binnen de groep noteerde een verlies van 35 miljoen euro.
Air France-KLM haalde daarnaast meer inkomsten uit luxere stoelen en vrachtvervoer. De omzet uit vracht nam met ruim een kwart toe, door hogere tarieven en een grotere vraag naar luchttransport.



