Japan en VS grijpen in om de koers van de yen te steunen

Japan en de Verenigde Staten hebben miljarden ingezet om de daling van de yen af te remmen. De munt herstelde snel, maar de lage Japanse rente en hoge importkosten blijven de koers onder druk zetten.

Forenzen lopen langs een kantoorgebouw in Japan, naast bankbiljetten op straat
Forenzen lopen langs een kantoorgebouw in Japan, naast bankbiljetten op straat · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Japan en de Verenigde Staten hebben gezamenlijk ingegrepen op de valutamarkt om de sterk gedaalde yen te ondersteunen. De Japanse munt was vorige week teruggevallen tot het laagste niveau in bijna veertig jaar, maar steeg na de actie van bijna 164 naar ongeveer 157 yen per dollar.

De Japanse minister van Financiën Katayama zei dat Tokio bereid is opnieuw op te treden als dat nodig is. De regering noemt de recente bewegingen van de yen buitensporig en wanordelijk.

Japan heeft naar schatting bijna 60 miljard dollar verkocht om yens aan te kopen. Door die extra vraag wordt de Japanse munt duurder, waardoor dollars en euro's minder yens opleveren. Ook ten opzichte van de euro trok de yen aan: de koers daalde van ruim 187 tot circa 180 yen voor één euro.

De omvang van de Amerikaanse bijdrage is niet bekend. Op een gefotografeerd notitieblok van minister van Financiën Scott Bessent stond een voornemen om voor 5 tot 10 miljard dollar Japanse yen te kopen. De Verenigde Staten zouden daarvoor euro's hebben verkocht.

Lage rente blijft de belangrijkste oorzaak

De yen staat al langere tijd onder druk door het verschil tussen de Japanse en Amerikaanse rente. De rente in Japan bedraagt 1 procent, het hoogste niveau in 31 jaar. Dat blijft aanzienlijk lager dan de Amerikaanse bovengrens van 3,75 procent.

Beleggers lenen daardoor goedkoop in yen en investeren dat geld in landen waar de rente hoger is. Die handel vergroot het aanbod van yens op de markt en drukt de wisselkoers. Eerdere Japanse interventies in april en mei brachten slechts tijdelijk verlichting.

De zwakke munt maakt import duurder voor Japan. Het land haalt ongeveer 90 procent van zijn energie uit het buitenland en betaalt daarvoor grotendeels in dollars. De lagere binnenlandse productie van kernenergie sinds de ramp in Fukushima in 2011 vergroot die afhankelijkheid.

Hogere importprijzen hebben onder meer voedsel duurder gemaakt. Premier Takaichi wil daarom de btw op voedsel vanaf 2027 gedurende twee jaar terugbrengen naar 1 procent. Met aanvullende steun kan die heffing volledig verdwijnen. Tegelijk wil het kabinet meer geld uittrekken voor defensie, technologie en zorg, zonder al concrete maatregelen voor het oplopende begrotingstekort te hebben aangekondigd.

De Verenigde Staten hebben ook een eigen belang bij de steun. Verdere Japanse ingrepen kunnen Tokio ertoe dwingen Amerikaanse staatsobligaties te verkopen. Dat kan de rente op Amerikaanse hypotheken en autoleningen verhogen en voor onrust op de wereldwijde obligatiemarkten zorgen.

Lees ook