De inflatie in Nederland is in augustus opgelopen naar 3,3 procent. Dat betekent dat consumenten gemiddeld 3,3 procent meer betaalden voor goederen en diensten dan in dezelfde maand vorig jaar. In juli kwam de inflatie uit op 3,2 procent, blijkt uit een snelle raming van het CBS.
De prijsstijgingen verschillen sterk per productgroep. Energie en motorbrandstoffen werden in augustus 11,7 procent duurder dan een jaar eerder. In juli was deze categorie 9,7 procent duurder. Daarmee leverden energie en brandstoffen een belangrijke bijdrage aan de hogere inflatie.
Voedingsmiddelen, dranken en tabak waren juist 0,5 procent goedkoper dan in augustus vorig jaar. Een maand eerder waren de prijzen in deze categorie nog gelijk aan die van een jaar eerder. Diensten werden 3,7 procent duurder, tegen een stijging van 4 procent in juli. Industriële goederen stegen 1,4 procent in prijs, na een toename van 1,2 procent een maand eerder.
Prijzen stegen ook ten opzichte van juli
Vergeleken met juli betaalden consumenten in augustus gemiddeld 0,3 procent meer. Het CBS waarschuwt dat maandelijkse vergelijkingen kunnen worden beïnvloed door seizoenseffecten. Zo worden kleding en andere producten in bepaalde perioden afgeprijsd. Zulke aanbiedingen kunnen de gemiddelde prijs tijdelijk drukken, maar betekenen niet automatisch dat producten structureel goedkoper zijn geworden.
De inflatie kwam in mei uit op 3,5 procent. In juni was sprake van een daling naar 2,9 procent, vooral doordat energie en motorbrandstoffen toen minder sterk in prijs stegen. Sindsdien liep het inflatiecijfer in juli en augustus weer op.
Volgens de Europese meetmethode bedroeg de inflatie in Nederland in augustus 2,8 procent. In juli was dat 3 procent. Het verschil met de Nederlandse berekening ontstaat doordat bij de Europese methode de kosten van het wonen in een eigen woning buiten beschouwing blijven. Die kosten worden in de Nederlandse methode wel meegenomen.



