De Amerikaanse oliesector haalt inmiddels ongeveer 13,8 miljoen vaten olie per dag uit de grond. Dat is circa 4 procent meer dan aan het begin van de tweede ambtstermijn van president Donald Trump.
In dezelfde periode verdwenen bijna 13.000 banen in de oliewinning. In de sector werken nu nog ongeveer 114.500 mensen. Ook bedrijven die diensten leveren aan olieproducenten hebben duizenden arbeidsplaatsen geschrapt.
De ontwikkeling staat haaks op de belofte van Trump om met een beleid gericht op meer olie- en gasproductie ook extra werkgelegenheid te creëren. Een hogere productie leidt in de praktijk niet automatisch tot meer banen.
Technologie verhoogt productie
Oliebedrijven gebruiken steeds vaker nieuwe boortechnieken, automatisering en kunstmatige intelligentie. Daardoor kunnen zij meer olie produceren met minder personeel. Technologie neemt taken over en maakt het mogelijk om productieprocessen efficiënter aan te sturen.
De afname van het aantal werknemers is niet beperkt tot ondernemingen die zelf olie winnen. Ook toeleveranciers en dienstverleners in de sector hebben personeel laten gaan. Het gaat daarbij om bedrijven die producenten ondersteunen bij onder meer boringen en andere werkzaamheden op olievelden.
De Amerikaanse olie-industrie blijft daarmee groeien in productie, terwijl de omvang van het personeelsbestand afneemt. De cijfers laten zien dat uitbreiding van de fossiele productie en groei van de werkgelegenheid niet vanzelf samengaan.


