Webwinkel Shein heeft op de eerste handelsdag aan de beurs van Hongkong ongeveer 10 procent van zijn koers verloren. Het bedrijf, bekend om goedkope kleding en andere producten, haalde met de beursgang circa 1,7 miljard dollar op.
Bij de beursgang werd Shein gewaardeerd op 26 miljard dollar. Dat is aanzienlijk minder dan vier jaar geleden, toen beleggers het bedrijf nog op ongeveer 100 miljard dollar waardeerden. De webshop heeft inmiddels te maken met stevige concurrentie van andere onlinewinkels, waaronder Temu.
Mislukte beursplannen
Shein wilde in 2023 een beursnotering in de Verenigde Staten krijgen. Amerikaanse onderzoeken naar vermeende misstanden in de toeleveringsketen en arbeidsomstandigheden maakten dat plan volgens het bedrijf niet haalbaar. Een alternatief beursdebuut in Londen werd vervolgens tegengehouden door Chinese toezichthouders.
Hoewel Shein sinds 2021 zijn hoofdkantoor in Singapore heeft, blijft het bedrijf vanwege zijn Chinese oorsprong gebonden aan toezicht vanuit China. In de aanloop naar de beursgang vertrok uitvoerend voorzitter Donald Tang onverwacht. Tang had als belangrijke taak om Shein naar de beurs te brengen en blijft nu als adviseur bij het bedrijf betrokken.
Shein wil het opgehaalde geld gebruiken om technologie voor onder meer voorraadbeheer te verbeteren. Ook wil het bedrijf investeren in marketing om zijn internationale imago te versterken. Daarnaast gaat een deel van de opbrengst naar de toeleveringsketen en maatregelen om de CO2-uitstoot te verminderen.
Waarschuwing voor beleggers
Nederlandse beleggers moeten volgens analist Jos Versteeg van financieel dienstverlener InsingerGilissen voorzichtig zijn met het aandeel. „Een beursgang van Chinese bedrijven is een heel gedoe. Je moet goed weten wat je doet en wat je wil”, zegt hij.
Voor Nederlandse beleggers is investeren op beurzen in en rond China volgens Versteeg lastiger dan beleggen op Europese of Amerikaanse markten. „Daar heb je vaak meer rechten”, aldus de analist.


