De Amerikaanse economen Robert Hall en Michael Woodford hebben de Nobelprijs voor Economie 2026 gekregen. De Koninklijke Zweedse Academie van Wetenschappen kent de onderscheiding toe voor hun onderzoek naar de manier waarop overheden en centrale banken economische schommelingen kunnen dempen.
Hall en Woodford ontwikkelden economische modellen die laten zien hoe ontwikkelingen in de economie samenhangen met het gedrag van huishoudens en bedrijven. Die modellen helpen beleidsmakers om beter te beoordelen hoe veranderingen in bijvoorbeeld prijzen, inkomens en investeringen de economie beïnvloeden.
Basis voor economisch beleid
De modellen kunnen worden gebruikt bij situaties waarin de economie onder druk staat. Bij een energiecrisis hebben huishoudens bijvoorbeeld minder geld over voor consumptie, terwijl bedrijven te maken krijgen met hogere kosten. Dat kan leiden tot minder economische activiteit.
Overheden en centrale banken kunnen met behulp van dergelijke modellen inschatten welke maatregelen de gevolgen kunnen beperken. Een centrale bank kan bijvoorbeeld de rente verlagen, zodat lenen aantrekkelijker wordt. Een overheid kan extra geld uitgeven om de vraag naar goederen en diensten te ondersteunen.
John Hassler, voorzitter van het comité dat de prijs toekent, zei dat het onderzoek een stevige theoretische basis biedt voor modellen die centrale banken en overheden wereldwijd gebruiken. De modellen zijn bedoeld om de gevolgen van economisch beleid beter te begrijpen en om schommelingen in de economie zo veel mogelijk af te remmen.
De prijs bestaat uit 12 miljoen Zweedse kronen. Dat komt neer op ongeveer 1,1 miljoen euro. De officiële naam is de Sveriges Riksbank-prijs voor Economische Wetenschappen ter nagedachtenis aan Alfred Nobel.
De onderscheiding werd in 1969 voor het eerst uitgereikt. De prijs behoort niet tot de vijf Nobelprijzen die Alfred Nobel in zijn testament vastlegde, maar wordt wel tijdens dezelfde ceremonie toegekend.
Vorig jaar ging de prijs naar Joel Mokyr, Philippe Aghion en Peter Howitt. Zij kregen de onderscheiding voor hun onderzoek naar de invloed van technologische vernieuwing op economische groei.



