Droogte treft aardappeltelers in Noord-Holland ongelijk

Aardappeltelers in Noord-Holland kampen met droogte, maar de gevolgen verschillen per regio. In het zuiden is slootwater op sommige plaatsen te zout om te beregenen, terwijl telers in het noorden nog zoet water kunnen aanvoeren.

Droge aardappelakker in Noord-Holland, waar telers kampen met aanhoudende droogte
Droge aardappelakker in Noord-Holland, waar telers kampen met aanhoudende droogte · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Aardappeltelers in Noord-Holland ondervinden hinder van de aanhoudende droogte. In de omgeving van Haarlemmermeer kunnen sommige boeren hun gewassen niet meer met slootwater beregenen, omdat het water door verzilting te zout is geworden. Verder noordelijk is nog voldoende zoet water beschikbaar.

In Zwanenburg verbouwt teler Erik Oostwouder aardappelen op kleigrond. Hij gebruikt voorlopig geen water uit de sloot, ondanks de droge omstandigheden op zijn land. Teeltadviseur Cok van der Maarl mat daar zoutwaarden boven de vijf. Hij zegt dat beregenen met dat water onverantwoord is.

Telers in het zuiden van de provincie staan daardoor voor een lastige keuze: beregenen met zout water, met risico op schade aan het gewas, of helemaal niet sproeien. Oostwouder ziet de droogte terug in de grond. "Het is hartstikke droog, dat zie je aan de droge kluiten."

De kleigrond op zijn bedrijf biedt nog enige bescherming, omdat die vocht beter vasthoudt dan zandgrond. Oostwouder verwacht daarom vooralsnog een redelijke oogst. Voor herstel van zijn akkers is wel veel neerslag nodig. Door de uitgedroogde bodem zou er naar schatting 30 tot 40 millimeter regen moeten vallen, verdeeld over drie dagen.

Zoet water beschikbaar in het noorden

In Noordbeemster is de situatie anders. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier kan daar water uit het IJsselmeer aanvoeren. Daardoor is het slootwater van voldoende kwaliteit om aardappelvelden te beregenen.

Aardappelteler Job van den Burg heeft een extra pompinstallatie van een buurman in gebruik genomen. Daarmee haalt hij meer water uit de sloot om zijn land te besproeien. Hij werkt hierdoor vaker en langer dan gebruikelijk. "Normaal hebben we twee beregeningsmachines, nu beregenen we met drie, dus dat betekent veel uren maken en korte nachtjes."

Ook Van den Burg teelt op kleigrond, waardoor zijn aardappelen minder snel uitdrogen. Hij zegt dat beregenen nodig blijft om het gewas in goede conditie te houden en geschikt te maken voor verdere verwerking. Daarnaast kan hij nog aardappelen verkopen die hij had opgeslagen na het grote overschot van vorig jaar.

Van der Maarl waarschuwt particulieren om tuinen niet met slootwater te besproeien. Door de hoge zoutwaarden kan dat water planten en andere begroeiing ernstig aantasten.

Lees ook