De consumptieve bestedingen van Nederlandse huishoudens lagen in juni 1,7 procent hoger dan een jaar eerder. De groei kwam vooral door hogere aankopen van goederen. In mei namen de bestedingen nog met 2,2 procent toe.
De uitgaven aan duurzame goederen stegen in juni met 5,7 procent. Huishoudens kochten onder meer meer auto's en elektrische apparaten. Aan voedingsmiddelen werd 2,4 procent meer uitgegeven dan in juni vorig jaar.
Tegelijkertijd daalden de bestedingen aan overige goederen met 1,5 procent. Onder deze categorie vallen onder meer motorbrandstoffen. De ontwikkeling van de verschillende soorten uitgaven bepaalt samen de stijging van de totale consumptie.
Diensten groeien minder hard
De uitgaven aan diensten waren 0,8 procent hoger dan een jaar eerder. Consumenten besteedden meer aan vervoer en communicatie, medische diensten en huisvesting. Ook de horeca, recreatie en cultuur ontvingen meer geld van huishoudens.
Diensten zijn goed voor ruim de helft van alle binnenlandse consumptieve bestedingen door huishoudens. Daardoor werkt een verandering in deze categorie relatief sterk door in de totale consumptie, ook als de groei daar beperkter is dan bij duurzame goederen.
De cijfers zijn berekend op basis van volumes. Prijsveranderingen zijn daarin verwerkt, waardoor de uitkomsten laten zien hoeveel goederen en diensten huishoudens hebben afgenomen. Ook is gecorrigeerd voor verschillen in de verdeling van koopdagen.
Vooruitblik op juli gunstiger
De omstandigheden voor de consumptie waren in juli minder ongunstig dan in juni. Dat hing vooral samen met sterker stijgende beurskoersen. Consumenten waren daarnaast minder negatief over hun eigen financiële situatie in de komende twaalf maanden.
De consumptie van huishoudens leverde ook een belangrijke bijdrage aan de economische groei in het tweede kwartaal. De Nederlandse economie groeide in die periode met 0,4 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Meer dan de helft van die bbp-groei kwam voor rekening van de consumptie door huishoudens.



