Het gebruik van antibiotica in de Nederlandse veehouderij is vorig jaar opnieuw gedaald. Sinds 2009 is de verkoop van antibiotica voor dieren met 77,2 procent afgenomen. Daarmee heeft de sector het gebruik in ruim vijftien jaar sterk teruggebracht.
Staatssecretaris Silvio Erkens van Landbouw heeft met de kalversector nieuwe afspraken gemaakt. Het aantal kalverbedrijven met een hoog antibioticagebruik moet in 2032 met 50 procent zijn verminderd ten opzichte van 2026.
Die doelstelling komt boven op een eerdere ambitie van de kalversector. Die sector wil het totale antibioticagebruik in 2032 met 50 procent hebben teruggebracht ten opzichte van 2022.
Gebruik in kalversector blijft stabiel
Het gemiddelde antibioticagebruik in de kalversector is al enkele jaren stabiel. Ook het aantal bedrijven dat veel antibiotica gebruikt, neemt niet verder af. Daarom zijn aanvullende afspraken gemaakt om juist die groep bedrijven terug te dringen.
Erkens schrijft dat betrokken sectoren en dierenartsen grote stappen hebben gezet. Volgens de staatssecretaris is er tegelijk nog een belangrijke opgave voor de kalversector. Hij noemt het verder verlagen van het antibioticagebruik nodig om de gezondheid van kalveren te verbeteren.
Antibiotica zijn belangrijk voor de behandeling van zieke dieren. Verkeerd of onnodig gebruik kan er echter toe leiden dat bacteriën ongevoelig worden voor deze medicijnen. Daardoor kunnen infecties moeilijker te behandelen zijn en kunnen ze in sommige gevallen levensbedreigend worden voor mensen en dieren.
De daling van het gebruik heeft ook geleid tot minder antibioticaresistentie bij dieren. De overheid en de sector zien het terugdringen van antibioticagebruik daarom als een maatregel die zowel de diergezondheid als de volksgezondheid ten goede komt.



