Volkswagen verkoopt de fabriek in Osnabrück aan het Israëlische investeringsbedrijf Aurelius Capital en de Duitse deelstaat Nedersaksen. De nieuwe eigenaren bouwen de locatie om voor de productie van defensiematerieel. Aurelius wordt meerderheidsaandeelhouder.
De autoproductie in Osnabrück wordt in de zomer van 2027 beëindigd. Dankzij de overeenkomst blijven naar verwachting ongeveer 1.400 van de 1.800 arbeidsplaatsen behouden.
De fabriek gaat in eerste instantie systemen en onderdelen maken voor Rafael, een Israëlisch defensiebedrijf. Rafael is onder meer betrokken bij de Israëlische luchtverdedigingssystemen Iron Dome en David's Sling. Volgens Rafael gaat de fabriek producten leveren voor de luchtverdediging van Duitsland en andere Europese landen.
Volkswagen-topman Oliver Blume ziet de overeenkomst als een belangrijke stap richting een nieuwe industriële toekomst voor de locatie. Met de verkoop krijgt de fabriek een andere bestemming nadat de autoproductie daar wordt beëindigd.
Einde van autoproductie
De geplande verkoop hangt samen met een ingrijpende reorganisatie bij Volkswagen. De productie van Porsche-modellen in Osnabrück werd in 2025 al beëindigd. Op dit moment wordt er alleen nog de T-Roc Cabrio gebouwd.
Het Duitse autoconcern heeft te maken met overcapaciteit, toenemende concurrentie van Chinese autobedrijven en Amerikaanse importheffingen. Volkswagen moet daarom vier Duitse fabrieken sluiten, tenzij het alternatieven vindt voor die locaties.
De mogelijke sluitingen betreffen de fabrieken in Emden, Zwickau, Hannover en Neckarsulm. Voor Osnabrück is met de overeenkomst over de defensieproductie al een alternatief gevonden. Mogelijk kan de productie van defensiematerieel ook helpen om de andere vier locaties open te houden, maar daarvoor is nog geen vergelijkbare overeenkomst aangekondigd.



