Een steeds groter deel van de Amerikaanse film- en televisieproducties wordt buiten de Verenigde Staten gemaakt. Hollywoodvakbonden waarschuwen dat de Amerikaanse industrie zonder maatregelen verder terrein verliest en dat daarmee ook banen verdwijnen.
Bij grote Amerikaanse studioproducties daalde het aandeel van de uitgaven aan films die geheel of gedeeltelijk in de Verenigde Staten werden opgenomen van 74 procent in 1999 naar 42 procent in 2024. Bij televisieproducties was de daling nog groter in absolute omvang: van 94 procent naar 64 procent in dezelfde periode.
Minder werk in eigen land
Door de verschuiving werken ook minder Amerikaanse acteurs en crewleden mee aan grote producties die in eigen land worden opgenomen. De vakbonden vrezen dat die ontwikkeling doorzet als de Verenigde Staten geen maatregelen nemen om film- en televisieproducties aan te trekken of te behouden.
Het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van onder meer SAG-AFTRA, de vakbond voor acteurs. Ook de vakbonden voor regisseurs, DGA, en scenarioschrijvers, WGA, waren erbij betrokken.
Grote Hollywoodstudio's verplaatsen producties al jaren naar andere landen. Dat gebeurt onder meer vanwege de beschikbare faciliteiten en financiële voordelen die sommige landen bieden. Films als Barbie en Wicked werden grotendeels buiten de Verenigde Staten opgenomen.
De ontwikkeling raakt volgens de vakbonden niet alleen de studio's en de makers, maar de volledige productieketen. Wanneer opnamen naar het buitenland gaan, is er in de Verenigde Staten minder werk voor onder anderen technici, decorbouwers en andere medewerkers die bij film- en televisieproducties betrokken zijn.
De cijfers in het onderzoek gaan over het aandeel van de productie-uitgaven van grote Amerikaanse studio's dat terechtkomt bij producties die in de Verenigde Staten worden opgenomen. Ze laten daarmee zien dat de internationale concurrentiepositie van de Amerikaanse film- en televisiesector in de afgelopen 25 jaar is afgenomen.



