De verkeerstoren van de luchthaven LaGuardia in New York was kort voor de dodelijke botsing onderbezet. Twee luchtverkeersleiders waren ongeveer een uur voor het einde van hun dienst naar huis gegaan. Daardoor moesten de twee achtergebleven medewerkers het vliegverkeer alleen afhandelen.
Op het moment van het ongeluk verwerkte LaGuardia meer dan twee keer zoveel vliegverkeer als gebruikelijk. De Amerikaanse luchtvaartautoriteit FAA zou de twee verkeersleiders die eerder vertrokken zijn daarom willen ontslaan.
Botsing op de landingsbaan
Het ongeluk gebeurde op 22 maart. Een toestel van Air Canada botste na de landing op een brandweerwagen die de landingsbaan overstak. De twee piloten van het vliegtuig kwamen om het leven. Daarnaast raakten tientallen mensen gewond.
Uit een voorlopig onderzoeksrapport uit april bleek dat luchtverkeersleiders de brandweerwagen toestemming hadden gegeven om de baan over te steken terwijl het vliegtuig naderde. Een verkeersleider zag enkele seconden later dat het mis dreigde te gaan en riep de brandweerwagen meerdere keren op om te stoppen.
Een van de inzittenden van de brandweerwagen verklaarde dat niet te zijn begrepen. Volgens die persoon was niet duidelijk dat de oproep specifiek voor de brandweerwagen bedoeld was.
Het rapport beschrijft daarmee meerdere omstandigheden die voorafgingen aan de botsing: een hoge verkeersdrukte, een beperkt aantal verkeersleiders en toestemming voor het oversteken van de baan terwijl een vliegtuig in aantocht was. De FAA heeft nog geen definitieve uitspraak gedaan over de verantwoordelijkheid van de betrokken medewerkers.
De luchthaven LaGuardia is een belangrijk vliegveld voor New York en verwerkt dagelijks veel binnenlandse vluchten. De botsing leidde tot een onderzoek naar de werkwijze van de luchtverkeersleiding en de communicatie tussen de verkeerstoren, het vliegtuig en de hulpdiensten op de grond.



