Unicef: twintig miljoen kinderen slachtoffer van online misbruik

Ongeveer twintig miljoen kinderen in 21 landen kregen in een jaar te maken met seksueel misbruik of uitbuiting via digitale platforms. Het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk hoger, omdat slechts 1 procent van de gevallen wordt gemeld.

Symbolische weergave van kinderen en smartphones bij bericht over online seksueel misbruik
Symbolische weergave van kinderen en smartphones bij bericht over online seksueel misbruik · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Ongeveer twintig miljoen kinderen tussen de 12 en 17 jaar kregen in een jaar te maken met seksueel misbruik of seksuele uitbuiting via digitale platforms. Dat blijkt uit onderzoek van Unicef in 21 landen in Afrika, Azië, Latijns-Amerika, het Caribisch gebied en Oost-Europa.

De onderzoekers ondervroegen tussen 2019 en 2026 in totaal 21 duizend kinderen. Onder online misbruik vallen onder meer ongewenste blootstelling aan seksuele beelden, seksuele uitlokking, afpersing en het verspreiden van seksueel materiaal zonder toestemming.

De gevolgen voor de mentale gezondheid zijn aanzienlijk. Kinderen die slachtoffer werden, meldden vier keer zo vaak zelfbeschadiging en suïcidale gedachten of gedrag. Ook rapporteerden zij aanzienlijk hogere angstniveaus dan kinderen die niet met dit soort misbruik te maken hadden.

Slechts weinig meldingen

Volgens Unicef is het aantal van twintig miljoen waarschijnlijk een onderschatting. In slechts 1 procent van de onderzochte gevallen werd het misbruik gemeld bij de politie, maatschappelijke hulpverleners of een hulplijn.

Veel kinderen weten niet waar ze met hun verhaal terechtkunnen. Daders gebruiken bovendien schaamte, vernedering en bedreigingen om slachtoffers ervan te weerhouden hulp te zoeken of aangifte te doen.

De dader was niet altijd een onbekende. In 38 procent van de gevallen ontmoette het slachtoffer de dader online. In 57 procent van de gevallen ging het om iemand die het kind al kende. Unicef zegt daarmee een veelvoorkomende aanname tegen te spreken, namelijk dat online misbruik meestal door vreemden wordt gepleegd.

Misbruik via bekende platforms

Zestig procent van de gemelde gevallen speelde zich af op alledaagse platforms, waaronder Facebook, WhatsApp en Instagram. Daders benaderden kinderen bijvoorbeeld via nepaccounts of privéberichten.

Meta, het moederbedrijf van Facebook en Instagram, heeft de conclusies tegengesproken. Een woordvoerder stelt dat het rapport geen concreet bewijs van misbruik op de platforms levert. Volgens het bedrijf zijn al maatregelen genomen om kinderen beter te beschermen.

Nederland maakte geen deel uit van het onderzoek. Wel wijzen Nederlandse cijfers op een vergelijkbaar probleem. Volgens een rapport van Slachtofferhulp kreeg ongeveer de helft van de jongeren tussen de 12 en 25 jaar, ongeveer 1,5 miljoen mensen, ooit te maken met online misbruik of intimidatie.

Lees ook