Tienduizenden mensen zijn vrijdag in tientallen Italiaanse steden de straat opgegaan tijdens een landelijke protestdag. De demonstranten keren zich tegen het beleid van de regering van premier Giorgia Meloni. Ze vragen om extra investeringen in het onderwijs en willen dat de overheid meer doet tegen de stijgende kosten van levensonderhoud.
De protestdag volgt op weken van acties van onder anderen studenten, vrachtwagenchauffeurs en boeren. In Rome trokken duizenden betogers door het centrum, langs het Colosseum en het ministerie van Economische Zaken. De politie was op grote schaal aanwezig.
Demonstraties in meerdere steden
In Milaan liepen volgens de lokale autoriteiten meer dan 30.000 mensen mee. Twee weken geleden liep een protest in die stad uit op vernielingen en plunderingen van winkels. In Bologna blokkeerden boze studenten de toegangen tot verschillende middelbare scholen.
Ook in Turijn waren tienduizenden mensen op de been. Daar waren volgens een schatting ongeveer 50.000 demonstranten aanwezig. Vrijdagochtend gooiden betogers twee mestcontainers om voor het stadhuis. Later kwam het in de stad tot confrontaties tussen demonstranten en agenten.
In Vicenza, in de buurt van Venetië, raakten drie demonstranten gewond bij botsingen met de politie. Een van hen zou door een traangasgranaat op het hoofd zijn geraakt. In Venetië liepen zeven politieagenten lichte verwondingen op toen demonstranten probeerden door politieafzettingen heen te breken.
De acties van studenten sluiten aan bij aanhoudende onderwijsprotesten in Frankrijk. Voor zaterdag zijn in meerdere Europese landen nieuwe demonstraties aangekondigd. Ook in Nederland worden protesten verwacht.



