Het Italiaanse leger heeft in de Dolomieten 250 explosieven uit de Eerste Wereldoorlog geborgen en onschadelijk gemaakt. Wandelaars ontdekten afgelopen zomer meerdere bommen in het smeltende ijs, waarna militairen de omgeving onderzochten.
De gevonden munitie bestaat onder meer uit Italiaanse artilleriegranaten en Franse mortiergranaten. Daarbij waren 18 Italiaanse artilleriegranaten van 75 millimeter en 37 Thevetot-mortiergranaten. De explosieven hadden meer dan honderd jaar in het ijs gelegen. Een deel was al ontploft, maar veel granaten waren nog intact.
Munitie uit de Witte Oorlog
De wapens stammen uit de Witte Oorlog, een gevecht tussen Italiaanse troepen en het Oostenrijks-Hongaarse leger. Deze strijd duurde van 1915 tot 1918 en speelde zich vooral af in de Dolomieten, in Trentino-Zuid-Tirol en in de Lombardische Alpen.
Het ijs heeft de overblijfselen van de oorlog tientallen jaren geconserveerd. Door het versneld smelten van gletsjers komen nu steeds meer spullen uit die periode aan de oppervlakte. Het gaat behalve om munitie ook om wapens, sleeën, brieven en dagboeken.
In de afgelopen vijftien jaar zijn in het gebied bovendien tientallen lichamen gevonden. In 2017 konden nabestaanden een Italiaanse militair begraven nadat hij was geïdentificeerd aan de hand van documenten die bij zijn lichaam waren aangetroffen.
De vondst van de explosieven laat zien dat achtergebleven oorlogsmateriaal in het hooggebergte nog altijd een risico vormt. Het leger verwijderde de munitie voordat wandelaars ermee in aanraking konden komen.



