Saoedi-Arabië kan zijn olie nog hooguit een week via de haven van Yanbu uitvoeren. De belangrijkste exportroute, door de Straat van Hormuz, is al een half jaar niet volledig beschikbaar. De alternatieve route via de Rode Zee is weggevallen nadat Houthi’s in Jemen de kust bij de zeestraat Bab al-Mandeb veroverden.
Ook de Oost-Westpijpleiding, die olie van het oosten naar de Rode Zee vervoert, ligt stil na aanvallen van pro-Iraanse milities in Irak. Zolang die leiding niet is hersteld, wordt er geen nieuwe olie naar Yanbu aangevoerd. Olietankers moeten vanuit die haven via het Suezkanaal en de Straat van Gibraltar naar Azië varen, een lange en kwetsbare route.
De wereldwijde olieprijs is deze week niet onder de 100 dollar, omgerekend 87 euro, per vat gekomen. Een langdurige blokkade kan de uitvoer van een van de grootste olieproducenten ter wereld verder onder druk zetten.
Houthi’s rukken snel op
De opmars van de Houthi’s langs de kust van Jemen verliep eind vorige week snel. Jemenitische overheidstroepen, die jarenlang met Saoedisch geld en steun van de Verenigde Arabische Emiraten de kust verdedigden, boden nauwelijks weerstand. Na een conflict tussen Saoedi-Arabië en de Emiraten trokken Emiratische commandanten zich in januari terug.
De Saoediërs betalen jaarlijks ruim 850 miljoen euro aan salarissen voor de Jemenitische troepen. Toch bleken vier op de vijf militairen zogenoemde spooksoldaten. Daardoor stonden er naar schatting slechts vier- tot vijfduizend militairen tegenover de Houthi’s, in plaats van de officieel opgegeven veertig- tot vijftigduizend. De rebellen namen bovendien voor miljoenen euro’s aan Amerikaans materieel in beslag.
De Jemenitische regering vroeg Riyad om luchtsteun. Kroonprins Mohammed bin-Salman, ook bekend als MBS, aarzelt echter om opnieuw militair in te grijpen. Tussen 2015 en 2022 vochten Saoedische troepen al tegen de Houthi’s, zonder de beweging te verslaan.
MBS vroeg de Amerikaanse president Donald Trump om bombardementen op de Houthi’s. Trump wees dat verzoek af, omdat Amerikaanse strijdkrachten volgens de berichtgeving nodig zijn voor de oorlog tegen Iran in de Straat van Hormuz. Ook zouden de Verenigde Staten door Iraanse aanvallen veel militaire bases in het Midden-Oosten hebben verlaten.
Afhankelijkheid van de Verenigde Staten
Op papier beschikt Saoedi-Arabië over een groot leger van ongeveer 250.000 militairen, circa tweehonderd F-15-gevechtsvliegtuigen en duizend tanks. Hoogleraar strategische studies Phillips O’Brien stelt dat het leger door zijn afhankelijkheid van Amerikaanse wapens minder zelfstandig en minder geschikt is voor een langdurige oorlog.
De situatie zet ook de veiligheidsrelatie tussen Washington en Riyad onder druk. De Verenigde Staten boden decennialang militaire bescherming, terwijl Saoedi-Arabië zijn olie in dollars afrekende. Volgens analist Maryam Ishani Thompson blijkt nu dat die Amerikaanse veiligheidsgarantie beperkt is.
Saoedi-Arabië sloot vorige maand met Pakistan en Turkije het Mekka-pact, waarin de landen elkaar bij een aanval steun beloven. Er staan echter niet direct Turkse of Pakistaanse troepen klaar om tegen de Houthi’s of Iran op te treden. Ishani Thompson verwacht daarom dat Riyad uiteindelijk met Teheran moet onderhandelen over de doorgang van olietankers door de Straat van Hormuz.



