Ongeveer de helft van de Europese bevolking heeft tot juni 2026 lucht ingeademd met ozonwaarden die als slecht tot extreem slecht werden beoordeeld. Wereldwijd was bijna vier op de tien mensen blootgesteld aan gevaarlijk hoge ozonniveaus, meldt de Europese klimaatdienst Copernicus. Het gaat om cijfers uit een rapport dat in juni verscheen, niet om een actuele eindstand voor heel 2026.
Ozonvervuiling ontstaat wanneer schadelijke stoffen, bijvoorbeeld uit uitlaatgassen en bosbranden, in de lucht reageren met zonlicht. Volgens Copernicus zijn de hoogste niveaus gemeten in Azië. Daar kreeg ongeveer 90 procent van de bevolking te maken met te hoge ozonconcentraties. In Oceanië en Zuid-Amerika lagen de waarden relatief lager.
Gezondheidsrisico's
De richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie zijn strenger dan de meeste wettelijke normen en worden vrijwel nergens gehaald. Slechts 5 procent van de wereldbevolking leefde volgens Copernicus in gebieden waar de ozonwaarden binnen de veilige grenzen bleven.
In Europa verslechterde de luchtkwaliteit in de lente en zomer van 2026 herhaaldelijk door hittegolven en bosbranden. Rook verspreidde zich over duizenden kilometers en had daardoor ook gevolgen voor de luchtkwaliteit op grote afstand van de brandhaarden.
Vervuilde lucht kan onder meer leiden tot luchtwegklachten, duizeligheid, hoofdpijn en een verminderde longfunctie. Mensen met luchtwegaandoeningen en hart- en vaatziekten lopen extra risico. Ook kinderen, ouderen, zwangere vrouwen en mensen met diabetes zijn kwetsbaarder.
Ozon in de troposfeer, de onderste 10 kilometer van de atmosfeer, is bovendien een broeikasgas dat bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Copernicus noemt het daarom noodzakelijk om de luchtkwaliteit te verbeteren en tegelijk maatregelen te nemen tegen klimaatverandering.
Situatie in Nederland
Over een langere periode is de luchtkwaliteit in Nederland verbeterd. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is de concentratie fijnstof sinds de jaren negentig ongeveer gehalveerd. Ook worden tegenwoordig minder stikstofoxiden uitgestoten.
De verwachting is dat die uitstoot verder daalt, onder meer doordat steeds meer elektrische voertuigen rondrijden. Warme periodes en natuurbranden kunnen desondanks tijdelijk voor hoge ozonwaarden zorgen, vooral bij veel zon en weinig wind.



