Op het Britse eiland Sint-Helena wordt onderzoek gedaan naar Jonathan, vermoedelijk de oudste levende reuzenschildpad ter wereld. Het dier is naar schatting ongeveer 194 jaar oud en verkeert ondanks zijn leeftijd nog in goede conditie. Mogelijk is Jonathan zelfs ouder dan 200 jaar.
Zijn precieze leeftijd is niet bekend. De schatting is gebaseerd op foto’s uit 1882 waarop Jonathan al volledig was uitgegroeid. Reuzenschildpadden bereiken hun volwassen omvang doorgaans rond hun vijftigste levensjaar.
Jonathan heeft inmiddels een groot deel van zijn zicht verloren, maar beweegt nog zelfstandig door zijn verblijf. Onderzoekers nemen DNA van het dier af om te bestuderen welke biologische eigenschappen zijn uitzonderlijke levensduur kunnen verklaren.
Onderzoek naar mitochondriën
Een eerste onderzoek richt zich op de mitochondriën van reuzenschildpadden. Deze onderdelen van cellen zetten voedingsstoffen om in energie voor het lichaam. De eerste resultaten wijzen erop dat de mitochondriën bij Jonathan uitzonderlijk goed blijven functioneren.
Wetenschappers willen eerst nagaan of ook andere reuzenschildpadden vergelijkbare eigenschappen hebben. Daarna kan worden onderzocht welke processen ervoor zorgen dat hun cellen minder snel achteruitgaan dan bij veel andere dieren.
João Pedro de Magalhães, hoogleraar aan de Universiteit van Birmingham, noemt beter inzicht in zulke verschillen belangrijk voor het onderzoek naar veroudering. „Als we gaan begrijpen waarom sommige diersoorten langer leven dan andere, dan zou dat een enorme doorbraak zijn in het onderzoek naar ouder worden en levensduur. Dat zou zelfs de mensen kunnen helpen met nog ouder worden.”
Stephen Clark, arts en oprichter van de Kallel Foundation, onderzoekt met zijn organisatie de biologische kenmerken van Jonathan. De stichting kijkt onder meer naar bestaande medicijnen die de werking van mitochondriën kunnen verbeteren.
„We streven ernaar om deze middelen binnen één of twee jaar in klinische studies te testen bij mensen”, zegt Clark. Dat betekent niet dat een behandeling al beschikbaar is. Eerst moet worden vastgesteld of de middelen veilig zijn en bij mensen daadwerkelijk effect hebben op processen die met veroudering samenhangen.


