Nederland heeft samen met zes andere landen bezwaar gemaakt tegen de Israëlische plannen voor de bouw van een nieuwe nederzetting op de Westelijke Jordaanoever. De landen noemen het onacceptabel dat Israël de procedure voor het omstreden E1-project heeft voortgezet.
Het gaat om Duitsland, Frankrijk, Italië, het Verenigd Koninkrijk, Canada en Noorwegen. De zeven landen hebben hun standpunt vastgelegd in een gezamenlijke verklaring. Daarin staat dat projectontwikkelaars sinds dinsdag kunnen bieden op deelname aan het bouwproject.
Gevolgen voor tweestatenoplossing
Volgens het plan moeten in het gebied ongeveer 3400 woningen voor Israëlische kolonisten worden gebouwd. E1 ligt tussen Jeruzalem en de Israëlische nederzetting Ma'ale Adumim, in door Israël bezet Palestijns gebied. Als het project wordt uitgevoerd, zou de Westelijke Jordaanoever volgens de betrokken landen feitelijk in twee delen worden gesplitst.
De landen waarschuwen dat daardoor de territoriale samenhang van de Palestijnse gebieden wordt aangetast. Ook zou het project de vorming van een zelfstandige Palestijnse staat bemoeilijken. In de verklaring staat dat de nederzetting “het vooruitzicht op een tweestatenoplossing zal ondermijnen, een wig zal drijven en de territoriale continuïteit van de Palestijnse Gebieden zal schaden”.
De ondertekenaars herhalen daarnaast dat Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever volgens het internationaal recht illegaal zijn. Israël betwist die juridische beoordeling en heeft het gebied sinds 1967 onder controle.
Het E1-project ligt al jaren gevoelig. Eerdere plannen voor woningbouw in het gebied leidden internationaal tot kritiek, omdat E1 een verbinding vormt tussen het oosten van Jeruzalem en Ma'ale Adumim. De nieuwe biedingsprocedure betekent dat het bouwplan opnieuw een concrete stap richting uitvoering heeft gezet.



