De landingsstranden in Normandië waar geallieerde troepen op 6 juni 1944 aan wal kwamen, zijn opgenomen op de werelderfgoedlijst van Unesco. Het gaat om Omaha, Utah, Sword, Gold en Juno, plus meerdere herdenkingslocaties en de aanvalslocatie Pointe du Hoc.
De landing, bekend als D-Day, was het begin van de bevrijding van Europa tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog. Meer dan 150.000 militairen uit vooral de Verenigde Staten, Canada en het Verenigd Koninkrijk namen deel aan Operatie Overlord, een van de grootste amfibische operaties ooit.
De geallieerden zetten parachutisten in en brachten militairen per schip naar de Franse kust. In de eerste uren van de gevechten kwamen aan beide kanten duizenden mensen om. De Slag om Normandië werd op 21 augustus beslist, waarna de bevrijding van andere delen van West-Europa volgde.
Sporen van de invasie
Het comité dat de voordracht beoordeelt, stelt dat in het gebied nog veel zichtbare resten van de strijd aanwezig zijn. Daaronder zijn Duitse bunkers, door bombardementen beschadigd landschap en havenwerken die de geallieerden aanlegden voor de bevoorrading.
De organisatie ziet de landing als een belangrijk moment in de terugkeer van vrijheid en duurzame vrede in Europa. Tegelijk vraagt het comité om bescherming van het gebied tegen de gevolgen van massatoerisme, klimaatverandering, zeespiegelstijging en de bouw van windparken in de omgeving.
De stranden trekken jaarlijks miljoenen bezoekers. In Normandië bevinden zich ook veel musea, gedenkplaatsen en militaire begraafplaatsen.
Unesco voegde daarnaast de berg Olympus in Griekenland en de historische Japanse hoofdsteden Asuka en Fujiwara toe aan de werelderfgoedlijst.



