De eerste twintig migranten die door de Verenigde Staten naar Liberia zijn gestuurd, zijn aangekomen in het West-Afrikaanse land. Het gaat niet om Liberianen, maar onder anderen om mensen uit Cuba en Venezuela.
Liberia zal dit jaar in totaal 1200 migranten uit de VS opvangen. De regering in Monrovia krijgt daarvoor naar verwachting 5 miljoen dollar. De overeenkomst is onderdeel van het Amerikaanse beleid om mensen uit te zetten naar landen die niet hun geboorteland zijn.
Deportaties naar derde landen
President Donald Trump beloofde tijdens zijn verkiezingscampagne de grootste deportatie-operatie ooit. Sinds zijn aantreden heeft de Amerikaanse immigratiedienst ICE honderdduizenden mensen opgepakt, onder meer tijdens acties op straat en in woningen. Het gaat vaak om buitenlanders zonder geldige verblijfsdocumenten.
De aanpak heeft in de Verenigde Staten tot veel kritiek en protesten geleid. Niet alle opgepakte migranten kunnen naar hun land van herkomst worden teruggestuurd. Sommige landen weigeren hun onderdanen terug te nemen. Daarom sloot de VS met meer dan dertig landen afspraken om migranten uit andere landen op te vangen, meestal tegen betaling.
De overeenkomst met Liberia is een van de grootste deals die de regering-Trump tot nu toe heeft gesloten. Naar schatting zijn in totaal 20.000 mensen door de VS uitgezet naar een ander land dan hun geboorteland.
Volgens Mark Klaassen, universitair docent migratierecht aan de Universiteit Leiden, is uitzetting naar een derde land juridisch mogelijk. Wel moet worden voorkomen dat mensen daar mensenrechtenschendingen ondergaan. Ook moeten zij in de VS de mogelijkheid krijgen om hun uitzetting aan te vechten.
Kritiek op rechtsbescherming
Bij eerdere deportaties ging het volgens critici mis met die rechtsbescherming. Zo stuurde de regering-Trump 137 Venezolanen naar de beruchte CECOT-gevangenis in El Salvador. Een Amerikaanse rechter oordeelde daarna dat deze mannen hun uitzetting in de Verenigde Staten voor de rechter moesten kunnen aanvechten.
Mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat migranten soms pas kort voor vertrek horen dat zij worden uitgezet. Daardoor zouden zij onvoldoende tijd hebben om juridische stappen te zetten. Klaassen zegt dat de uitkomst van de rechtszaken onzeker is: "Je hebt natuurlijk de juridische waarborgen, maar tegelijkertijd is er een radicaal-rechtse regering aan de macht in de VS die probeert om het zo moeilijk mogelijk te maken voor migranten."
De afspraak met Liberia vertoont volgens Klaassen overeenkomsten met de terugkeerhubs die de Europese Unie onderzoekt. In zulke centra buiten de EU zouden uitgeprocedeerde asielzoekers wachten op terugkeer. De naar Liberia gestuurde migranten hebben in principe geen uitzicht op terugkeer naar hun land van herkomst.



