Een rechtbank in Ecuador heeft 32 zeelieden vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie. Volgens de rechter is niet bewezen dat de bemanningsleden betrokken waren bij strafbare activiteiten of banden hadden met illegale organisaties.
Het gaat om acht bemanningsleden van de Conquista II en 24 bemanningsleden van de María Candelaria. De twee vissersboten behoorden tot een groep van acht schepen die tussen 28 augustus en 16 september door Amerikaanse militairen tot zinken zijn gebracht. De operaties werden uitgevoerd in samenwerking met de Ecuadoraanse regering, op de Stille Oceaan.
De Verenigde Staten beschuldigden de schepen ervan samen te werken met drugshandelaren. Het Amerikaanse Southern Command stelde dat de boten werden gebruikt als drijvende tankstations voor speedboten die drugs naar Noord-Amerika vervoeren.
Ook werden de bemanningsleden in verband gebracht met Los Choneros, de oudste criminele organisatie van Ecuador. Die groep heeft banden met het Mexicaanse Sinaloa-kartel. De Amerikaanse regering rekent Los Choneros tot een van de vier Ecuadoraanse bendes die zij als terroristische organisaties aanmerkt.
Geen bewijs voor strafbaar feit
De rechter kwam na bestudering van het bewijs van het Openbaar Ministerie tot de conclusie dat de aanklacht niet kon worden bewezen. De advocaat van de verdachten zei dat de rechtbank geen strafbaar feit aan de schepen of hun bemanningen kon koppelen.
De Amerikaanse aanvallen maken deel uit van een bredere campagne tegen vermeende drugsboten. In de afgelopen maanden zijn tientallen vaartuigen aangevallen in wateren ten zuiden van de Verenigde Staten. Bij die aanvallen zijn volgens de beschikbare informatie zeker tweehonderd mensen omgekomen.
Bij veel van de operaties hebben de Amerikaanse autoriteiten geen bewijs openbaar gemaakt waaruit blijkt dat de aangevallen boten daadwerkelijk bij drugshandel waren betrokken. Juridische experts en mensenrechtenorganisaties hebben de aanvallen daarom bestempeld als buitengerechtelijke executies. De vrijspraak in Ecuador voedt opnieuw vragen over de onderbouwing van de Amerikaanse beschuldigingen, zonder dat daarmee vaststaat dat alle aangevallen schepen onschuldig waren.



