Bij aanvallen op twee vliegvelden in Saudi-Arabië zijn zeker drie mensen gewond geraakt. Ook is materiële schade ontstaan. De aanvallen waren gericht op de internationale luchthavens van Jizan en Najran, in het grensgebied met Jemen.
De Houthi's hebben de verantwoordelijkheid opgeëist. De beweging zegt meerdere raketten en drones op Saudi-Arabië te hebben afgevuurd. De groepering claimt daarnaast een aanval op de luchthaven van Abha, ongeveer 120 kilometer van de grens met Jemen. Saudi-Arabië heeft die bewering niet bevestigd of ontkend.
Oplopende spanningen
Het hoofd van de Samenwerkingsraad van de Arabische Golfstaten noemt de aanvallen een gevaarlijke escalatie. Saudi-Arabië maakt samen met vijf andere landen deel uit van die regionale organisatie. Hij noemt de aanvallen onaanvaardbaar.
De aanvallen komen op een moment waarop de strijd in Jemen opnieuw heviger wordt. In het land woedt al jarenlang een burgeroorlog tussen onder meer de Houthi's en het door Saudi-Arabië gesteunde regeringsleger. Na een wapenstilstand was de situatie de afgelopen jaren stabieler, maar sinds juli zijn de Houthi's weer sterk opgerukt.
De door Iran gesteunde beweging had aanvankelijk vooral gebieden in het noordwesten van Jemen in handen. In de afgelopen weken veroverden de Houthi's meerdere strategisch belangrijke steden op het regeringsleger. Ook kregen ze snel de controle over Bab al-Mandab, een belangrijke zeestraat tussen de Rode Zee en de Golf van Aden.
Bab al-Mandab is van groot belang voor de internationale scheepvaart. Het regeringsleger kondigde daarop een grootschalige operatie aan om de opmars van de Houthi's te stoppen. Het leger zei de controle over de zeestraat inmiddels te hebben heroverd.
Ook meldde het regeringsleger dat het meerdere strategische posities op de Houthi's had teruggewonnen. In het gebied zouden de gevechten verder zijn geïntensiveerd. Saudische strijdkrachten helpen de regeringstroepen daarbij met zware luchtaanvallen, waarmee het risico op nieuwe aanvallen over de grens verder toeneemt.



