Een 14 meter lange rakettrap van SpaceX is vanochtend vermoedelijk op de maan ingeslagen. Het onderdeel woog 4000 kilo en naderde de maan met een snelheid van ongeveer 8700 kilometer per uur. De verwachte inslag was om 08.35 uur Nederlandse tijd, in de buurt van de Einstein-krater aan de westelijke rand van de maan.
De botsing is niet rechtstreeks waargenomen. NASA gaat ervan uit dat de inslag een krater heeft gemaakt van ongeveer 18 meter breed en 3,5 meter diep. Daarbij zijn na een lichtflits vermoedelijk grote hoeveelheden maanstof en gesteente omhooggeworpen.
De Zuid-Koreaanse satelliet Danuri en NASA-sonde Lunar Reconnaissance Orbiter moeten beelden maken van de plek. Daarmee kan duidelijker worden wat de gevolgen van de inslag zijn.
Baan kon niet meer worden bijgestuurd
Het gaat om de bovenste trap van een Falcon 9-raket die op 15 januari 2025 vanuit Florida vertrok. De raket zette twee commerciële maanlanders op weg naar de maan. Nadat die waren losgekoppeld, bleef de rakettrap achter in de ruimte.
Dergelijke onderdelen verbranden doorgaans in de atmosfeer of komen in zee terecht. Deze trap had geen brandstof meer en bleef in een uitgerekte baan rond de aarde en de maan draaien. Invloed van de zwaartekracht en zonneactiviteit veranderde die baan, waardoor de trap uiteindelijk de maan raakte. SpaceX stelt dat de inslag niet gepland was.
De maan wordt regelmatig getroffen door natuurlijke objecten. NASA schat dat een meteoroïde met vergelijkbare energie ongeveer eens per zes dagen inslaat. Doordat de maan geen atmosfeer heeft, worden naderende stenen en andere objecten niet afgeremd zoals bij de aarde.
Weinig mogelijkheden voor handhaving
Door mensen gemaakte objecten slaan veel minder vaak op de maan in. In maart 2022 kwam na een maanmissie een Chinese rakettrap neer. NASA liet in 2009 bewust een rakettrap inslaan om de opgeworpen wolk van maanmateriaal te onderzoeken. Sinds de jaren zestig zijn naar schatting drieduizend menselijke objecten op de maan terechtgekomen.
Ruimtecriminoloog Yarin Eski van de Vrije Universiteit Amsterdam noemt achtergelaten afval in de ruimte en op de maan een groeiend probleem. "Er is wetgeving, maar er is geen space police of een andere concrete handhavende instantie."
Het Ruimteverdrag uit 1967 is het belangrijkste internationale kader, maar bevat volgens Eski geen regels over crimineel gedrag. Ook ontbreekt internationaal strafrecht voor wat hij ruimtemilieudelicten noemt. De groeiende afhankelijkheid van overheden van commerciële ruimtevaartbedrijven maakt het volgens hem lastiger om die bedrijven ter verantwoording te roepen.



