Vrouwen werden na de oorlog seksueel mishandeld in interneringskampen

Duizenden Nederlandse vrouwen zijn na de Tweede Wereldoorlog in interneringskampen verkracht, gemarteld en vernederd. Getuigenverklaringen daarover bleven decennialang onbesproken, blijkt uit onderzoek van het NIOD.

Vrouwen poseren voor een gebouw op het terrein van een naoorlogs interneringskamp
Vrouwen poseren voor een gebouw op het terrein van een naoorlogs interneringskamp · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Duizenden Nederlandse vrouwen die na de Tweede Wereldoorlog in interneringskampen werden opgesloten, kregen daar te maken met ernstig seksueel geweld. Bewakers en andere betrokkenen verkrachtten vrouwen, gebruikten voorwerpen bij seksuele mishandeling en voerden zonder medische reden ruwe onderzoeken uit.

De vrouwen waren opgepakt omdat ze tijdens de bezetting een relatie met een Duitser hadden gehad, met de bezetter hadden samengewerkt of daarvan werden verdacht. Sommigen werden na de oorlog publiekelijk kaalgeschoren en uitgescholden voor ‘moffenmeiden’. Dat zij in de kampen ook seksueel werden misbruikt, krijgt tot nu toe weinig aandacht in de geschiedschrijving.

Getuigenissen bleven buiten het eindrapport

De verklaringen werden al in 1950 afgenomen door politie-inspecteur Johanna van Schilfgaarde. Zij sprak met vrouwen die in de interneringskampen hadden gezeten, in het kader van een parlementaire enquête naar het Nederlandse regeringsbeleid tijdens de oorlog.

Historicus en journalist Ewoud Kieft onderzocht de verslagen voor het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies. Daaruit blijkt dat vrouwen vertelden over verkrachting, vernedering en seksuele dwang. Bewakers zouden ook vrijspraak, strafvermindering of voedsel hebben beloofd in ruil voor seks. Door de ondervoeding in de kampen waren zulke beloften een zwaar drukmiddel, maar meestal kwamen de bewakers ze niet na.

De hoofdonderzoeker van de enquête, Arnaud Marie baron van Tuyl van Serooskerken, vermeldde de verklaringen niet in zijn eindrapport. Daarin schreef hij dat er niets was gebleken van verkrachting, al kon volgens hem niet worden uitgesloten dat slachtoffers erover hadden gezwegen.

Kieft noemt dat handelen onverantwoordelijk. “De hoofdonderzoeker is zeer nalatig geweest. Hij heeft zijn werk niet gedaan”, zegt de historicus. Doordat de verklaringen buiten het rapport bleven, legde de Nederlandse regering geen verantwoording af over het geweld.

Van Schilfgaarde bracht haar resterende documenten naar Den Haag. Ze werden opgeslagen bij het ministerie van Justitie en later overgebracht naar het Nationaal Archief. Hoewel historici en journalisten de stukken soms raadpleegden, kwam er geen structureel onderzoek naar de seksuele misstanden.

Volgens Kieft ontstonden de misstanden in een chaotische periode, waarin Nederland na de oorlog over een gebrekkig rechtsapparaat beschikte. Er waren ruim 200 interneringskampen. De historicus wil meer getuigenissen onderzoeken, omdat de bekende verklaringen volgens hem slechts een klein deel van het geweld laten zien.

Lees ook