De rechtbank in Den Haag heeft een 34-jarige vrouw veroordeeld tot zeven jaar cel voor doodslag op haar tien maanden oude zoontje. Volgens de rechtbank heeft zij de baby zo hard geweld aangedaan dat hij ernstig hersenletsel opliep. Aan dat letsel overleed hij drie weken later.
Op 14 april 2023 werd het jongetje naar het ziekenhuis gebracht. De vrouw en haar echtgenoot hadden de hulpdiensten ingeschakeld nadat hun zoon onwel was geworden. Hij bleek zeer zwaar hersenletsel te hebben. De vrouw werd een jaar later aangehouden als verdachte.
De vrouw heeft steeds ontkend dat zij verantwoordelijk is voor het letsel en de dood van haar zoon. Zij verklaarde dat het kind mogelijk was gevallen. Deskundigen die het letsel onderzochten, achten dat niet aannemelijk. Een val op een vloer met een dik tapijt kan volgens hen de verwondingen niet verklaren.
De deskundigen concludeerden dat het letsel door geweld moet zijn veroorzaakt. Een Duitse forensisch deskundige stelde dat herhaaldelijk hard schudden de enige mogelijke verklaring was. De rechtbank neemt dat oordeel over, maar stelt dat niet precies kan worden vastgesteld op welke manier de vrouw het geweld heeft toegepast.
Alleen bij het kind
Volgens de rechtbank was de vrouw degene die het geweld heeft gebruikt. Op het moment waarop het letsel ontstond, was zij als enige bij het kind. Dat bleek volgens de rechtbank uit de verklaringen van de vrouw en haar echtgenoot.
De rechtbank vindt niet bewezen dat de vrouw haar zoon met volledig opzet heeft gedood. Wel had zij volgens de rechters moeten begrijpen dat het toegepaste geweld dodelijk kon zijn. Daarom is zij veroordeeld voor doodslag.
Bij het bepalen van de straf woog mee dat het slachtoffer nog maar tien maanden oud was. Hij was volgens de rechtbank volledig weerloos en afhankelijk van de verdachte. Ook rekent de rechtbank het de vrouw aan dat zij geen duidelijkheid heeft gegeven over wat er is gebeurd. Daardoor weten de nabestaanden nog altijd niet hoe hun kind om het leven is gekomen.
Het Openbaar Ministerie had negen jaar gevangenisstraf geëist. De opgelegde straf valt lager uit, onder meer omdat de vrouw al sinds 2024 in voorarrest zit en haar echtgenoot intussen voor hun twee andere kinderen zorgt. Een van die kinderen werd geboren toen de vrouw vastzat en kort na de geboorte bij haar weggehaald. De rechtbank noemt het invoelbaar dat de detentie haar onder die omstandigheden zwaar valt.



