De 22-jarige man uit Maarssen die verdacht wordt van het doodslaan van een willekeurige voorbijganger in Utrecht, blijft in voorlopige hechtenis. De rechtbank wees zijn verzoek af om de strafzaak in vrijheid af te wachten.
De verdachte zegt niets over een mogelijk motief. Na zijn aanhouding zweeg hij maandenlang. Later verklaarde hij dat hij zich niet kon herinneren wat er in de nacht van 8 op 9 augustus 2025 was gebeurd.
Het slachtoffer, een 57-jarige man uit de wijk Ondiep, liep rond 00.30 uur na een bezoek aan een café naar huis. Hij ontmoette toen de destijds 21-jarige verdachte. De aanleiding voor het geweld is nog niet duidelijk.
Camerabeelden en medische conclusie
Het Openbaar Ministerie gaat uit van een klein conflict tussen de groep van het slachtoffer en die van de verdachte. De 57-jarige man zou niet hebben gereageerd op een groet, waarna de verdachte achter hem aan liep.
Op camerabeelden is te zien dat de verdachte eerst een slag naar het hoofd van de man mist. Bij een volgende klap raakt hij hem wel. Het slachtoffer viel bewusteloos neer op de Burgjeslaan. Een voorbijganger belde 112 en begon met reanimeren. De man overleed een dag later in het ziekenhuis.
Deskundigen stellen dat de man stierf aan een aneurysma, een scheuring in een belangrijk bloedvat. Die scheuring is volgens hen ontstaan door fors geweld en niet door een val of een lichte klap.
De verdediging had om schorsing van de voorlopige hechtenis gevraagd. De advocaat wees erop dat de verdachte niet eerder voor vergelijkbare feiten is veroordeeld en bij familie zou kunnen verblijven onder voorwaarden.
Geen zicht op risico's
De rechtbank oordeelt dat de verdachte vast moet blijven zitten. Zij noemt het verweten geweld buitenproportioneel agressief en stelt dat de man geen inzicht geeft in zijn handelen of beweegredenen.
Ook alcohol- en drugsgebruik ziet de rechtbank als factoren die het risico kunnen verhogen. Omdat de verdachte hierover geen duidelijkheid geeft, is volgens de rechtbank niet goed vast te stellen of hij in vrijheid een gevaar vormt.
Op 20 oktober is een tussenzitting gepland. De inhoudelijke behandeling staat voor 15 december gepland. Dan komen ook een mogelijke strafeis, het spreekrecht van nabestaanden en schadevergoedingsverzoeken aan bod.



