Een derde van de moeders van zeer vroeg geboren baby’s heeft zoveel psychische klachten dat mogelijk sprake is van een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Bij vaders gaat het om bijna een op de zes. Dat blijkt uit een landelijke studie van het Amsterdam UMC, het Erasmus MC en UMC Utrecht, die is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Pediatrics.
De onderzoekers pleiten ervoor psychologische zorg voor ouders een regulier onderdeel te maken van de geboortezorg na een vroeggeboorte. Daarmee kan een gezin volgens hen een zo goed mogelijke start krijgen en kan de kans op omvangrijkere psychische problemen worden verkleind.
Wanneer een baby voor 29 weken zwangerschap wordt geboren, is levensreddende zorg op een neonatale intensivecareafdeling nodig. Ouders zien daar ingrijpende medische handelingen, zoals operaties, terwijl ze weinig controle over de situatie hebben. "Ouders ervaren dan vaak enorme machteloosheid", vertelt hoogleraar en onderzoeker Lotte Havermans van het Amsterdam UMC. Zij noemt het meemaken van zulke behandelingen zonder meer een schokkende ervaring.
Herbelevingen en voortdurende angst
Aan het onderzoek deden alle Nederlandse neonatale intensivecareafdelingen mee. De onderzoekers volgden 446 zeer vroeg geboren baby’s. Ouders uit 217 gezinnen vulden kort na de geboorte, een maand later en rond de oorspronkelijke uitgerekende datum vragenlijsten in over hun mentale welzijn.
De klachten bestonden onder meer uit herbelevingen, negatieve gevoelens, vermijding en verhoogde spanning, zoals aanhoudende angst. Ook eerdere zeer ingrijpende ervaringen, psychische problemen en veel stress tijdens de zwangerschap of ziekenhuisopname bleken samen te hangen met meer klachten bij beide ouders.
Tatiana van Lier maakte twee extreme vroeggeboortes mee. Haar dochter Feline werd na 24 weken zwangerschap geboren en overleed een dag later. Een jaar daarna werd haar zoon Fabian na 27 weken geboren. Hij verbleef de eerste drie maanden van zijn leven in het ziekenhuis en moest onder meer een hersenoperatie ondergaan.
"Ik hoef maar piepjes van een hartmonitor te horen of het handontsmettingsmiddel in ziekenhuizen te ruiken en ik ben weer helemaal terug op de kinder-IC", vertelt Van Lier. Ze bleef lange tijd bang dat haar zoon iets zou overkomen. Die angst is inmiddels minder sterk, maar volgens haar nooit helemaal verdwenen.
Gevolgen voor de ontwikkeling
Psychische problemen van ouders kunnen de ouder-kindrelatie onder druk zetten. Die relatie is belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen die na een vroeggeboorte al extra risico lopen op problemen, bijvoorbeeld op sociaal-emotioneel gebied.
De onderzoekers hopen daarom een zorgpad te ontwikkelen waarin niet alleen de medische toestand van de baby, maar ook het welzijn van de ouders structureel wordt gevolgd. "Het welzijn van het kind op de lange termijn begint bij de ouders", zegt Havermans.



