Een kwart van de lhbti+-jongeren die een vragenlijst invulden, voelt zich niet veilig bij minstens één ouder. Ruim de helft heeft thuis nog niet verteld dat die bijvoorbeeld homo, lesbisch, bi of trans is. Sommigen vrezen dat hun ouders hen niet zullen accepteren.
COC noemt de uitkomsten verdrietig. De belangenorganisatie zegt dat veel jongeren lang wachten met het vertellen over hun identiteit, omdat zij bang zijn voor de reactie van hun ouders. Tegelijkertijd benadrukt het COC dat de meeste ouders hun kind uiteindelijk wel accepteren.
Onveiligheid op school
Ook op school hebben veel ondervraagde jongeren moeite om open te zijn over hun identiteit. Vier op de tien zeggen zich daar niet veilig te voelen. Meer dan de helft merkt regelmatig negatieve opmerkingen over lhbti+'ers op.
Jongeren vertellen dat leerlingen die open zijn over hun seksuele oriëntatie of genderidentiteit worden uitgescholden en soms geduwd. Anderen houden hun identiteit daarom voor zich. Scholen zijn wettelijk verplicht om voor een veilige omgeving te zorgen voor lhbti+-leerlingen.
Het COC vindt dat scholen direct moeten ingrijpen bij pesten en schelden. Docenten moeten daarnaast duidelijk laten zien dat zij lhbti+-jongeren steunen, stelt de organisatie.
Ook op straat angst voor agressie
Op straat voelt zes op de tien ondervraagde lhbti+-jongeren zich onveilig. Bijna de helft krijgt daar soms negatieve opmerkingen. Drie op de tien zeggen soms agressie mee te maken, zoals uitschelden, aanvallen of achternazitten.
Voor jongeren die thuis of op school problemen ervaren, zijn er volgens het COC vertrouwelijke hulplijnen, waaronder Switchboard en Genderpraatjes. Ook kunnen zij aansluiting zoeken bij een Gender and Sexuality Alliance op school. In zulke groepen ontmoeten lhbti+-jongeren en hun vrienden elkaar.
Sommige jongeren vinden steun buiten hun eigen gezin, bij vrienden en anderen uit de lhbti+-gemeenschap. Zij spreken daarbij over een zelfgekozen familie, mensen die dag en nacht voor hen klaarstaan.



