Toezicht op therapiedieren blijft achter bij snelle groei van sector

Het aantal aanbieders van therapieën met dieren neemt snel toe, terwijl duidelijke regels, opleiding en toezicht grotendeels ontbreken. De Raad voor Dierenaangelegenheden waarschuwt voor risico’s voor zowel cliënten als dieren.

Paardencoaches werken met paarden en honden op een erf
Paardencoaches werken met paarden en honden op een erf · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

De sector rond therapie- en bezoekdieren groeit snel, maar er is nog altijd weinig toezicht op de aanbieders. De Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) pleit daarom opnieuw voor strengere regels, verplichte scholing en meer certificering.

Over de omvang van de sector zijn weinig betrouwbare gegevens beschikbaar. Wel is bekend dat het aantal paardencoaches sterk is toegenomen: van 200 in 2011 naar meer dan 1000 in 2023. Volgens de RDA kunnen particulieren en organisaties zonder verplichte opleiding een praktijk beginnen.

Nienke Endenburg, universitair hoofddocent aan de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht en GZ-psycholoog, leidde eerder de totstandkoming van een advies over de sector. Zij zegt namens de RDA dat er sinds dat advies uit 2019 wel enige vooruitgang is geboekt, maar dat er nog veel moet gebeuren.

„Spijker een bord tegen je muur en je mag vandaag nog als dierentherapeut aan de slag. En neem van mij aan dat je morgen al cliënten hebt”, zegt Endenburg. Zij wijst erop dat lange wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg mensen ertoe kunnen brengen zelf voor dergelijke hulp te betalen.

Risico’s voor mens en dier

De inzet van dieren in de zorg brengt volgens de RDA verschillende risico’s met zich mee. Dieren kunnen overbelast of gestrest raken wanneer zij te lang werken of onvoldoende worden begeleid. Ook zijn bijt- en trapincidenten mogelijk en kunnen dieren ziekteverwekkers overdragen op kwetsbare cliënten.

Daarnaast is wetenschappelijk niet aangetoond dat therapie met dieren beter werkt dan reguliere therapie. Endenburg waarschuwt dat positieve verwachtingen binnen de sector soms zwaarder wegen dan aantoonbare resultaten. „De goeden niet te na gesproken, maar er wordt in dit veld veel door roze brillen gekeken”, zegt zij.

Voor zorgverleners die met mensen werken, bestaan vaak wettelijke opleidingseisen, zoals een BIG-registratie. Voor het werken met dieren is een vergelijkbare verplichte opleiding er niet. De RDA wil daarom een cursus verplicht stellen over diergedrag, diergezondheid en hygiëne.

De raad benadrukt dat er ook goede toepassingen zijn. Endenburg noemt onder meer hulphonden voor veteranen met PTSS. Die kunnen volgens haar bijdragen aan meer rust en veiligheid. „Zo’n hulphond zou wat mij betreft ook vergoed moeten worden door de zorgverzekering. Want er komen ook goede uit dingen voort.”

Lees ook