Thuiswonende studenten missen steeds vaker het sociale studentenleven

Door het tekort aan studentenkamers blijven steeds meer studenten thuis wonen. De gevolgen zijn merkbaar bij studieverenigingen en activiteiten, terwijl prestatiedruk, stijgende kosten en veranderde leefgewoonten het studentenleven verder veranderen.

Door het tekort aan studentenkamers wonen steeds meer studenten tijdens hun studie thuis
Door het tekort aan studentenkamers wonen steeds meer studenten tijdens hun studie thuis · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Steeds meer studenten reizen na hun colleges terug naar hun ouderlijk huis. Daardoor blijven zij minder vaak in de stad hangen en nemen zij minder deel aan activiteiten naast hun studie. Ook studieverenigingen merken dat de belangstelling voor borrels, reizen en bestuursfuncties afneemt.

De krapte op de woningmarkt speelt een belangrijke rol. Er zijn in Nederland zeker 21.500 studentenkamers te weinig. Wie wel een kamer vindt, betaalt daar bovendien steeds meer voor. Een studentenkamer die via Kamernet wordt aangeboden kost gemiddeld 643 euro per maand. Dat bedrag is ongeveer twee keer zo hoog als de basisbeurs voor uitwonende studenten.

Van de studenten die in 2023 afstudeerden, woonde 43 procent gedurende de hele studie bij de ouders. Voor studenten die een opleiding volgen die maar in één stad wordt aangeboden, kan dagelijks reizen een onhaalbare optie zijn. Wie wel een kamer vindt, heeft daar soms meerdere hospiteerrondes en maanden wachten voor over.

Minder animo voor verenigingen

Volgens Jolien Dopmeijer, onderzoeker studentenwelzijn bij het Trimbos-instituut en medewerker van hogeschool Windesheim, verschilt de situatie per stad. In grote studentensteden en bij veel grote verenigingen blijft het sociale leven volgens haar sterk, maar kleinere verenigingen hebben vaker moeite om leden, bestuursleden en deelnemers aan activiteiten te vinden.

De veranderde leefstijl van jongeren speelt daarbij ook een rol. Het aandeel 18- tot 25-jarigen dat nauwelijks drinkt, steeg van 26 procent in 2014 naar 37 procent in 2024. Ook bezoeken jongeren en jongvolwassenen minder vaak een kroeg. Het aandeel dat wekelijks uitgaat, daalde van 48 procent begin 2020 naar 25 procent in 2023.

Dopmeijer ziet daarnaast een hoge prestatiedruk onder studenten. Meer dan de helft ervaart die druk in sterke mate. Studenten besteden veel tijd aan hun studie, sport of werk en hebben daardoor minder ruimte voor sociale activiteiten. Volgens Evy Kras, voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond, moeten veel studenten bovendien naast hun studie werken om hun kosten te betalen.

De ontwikkelingen pakken niet voor alle verenigingen hetzelfde uit. Grote studentenverenigingen blijven populair en hebben vaak meer aanmeldingen dan plaatsen. Zij kunnen activiteiten goedkoper aanbieden en zijn geregeld verbonden aan studentenhuizen, waardoor leden soms ook makkelijker woonruimte vinden.

De coronapandemie heeft volgens betrokkenen mogelijk eveneens invloed gehad. Jongeren die tijdens hun vormende jaren vooral online contact hadden, kunnen het lastiger vinden om nieuwe relaties op te bouwen. Daardoor kiezen sommige studenten liever voor de vertrouwde omgeving van hun kamer dan voor deelname aan het studentenleven.

Lees ook