De helft van de kinderen tussen 10 en 15 jaar komt online weleens berichten tegen waar ze bang of verdrietig van worden. Dat blijkt uit een peiling van het ministerie van Economische Zaken. Veel kinderen bespreken die ervaringen thuis niet, bijvoorbeeld omdat ze zich schamen of bang zijn voor een boze reactie.
Staatssecretaris Aerdts wil ouders helpen om het gesprek daarover aan te gaan. Het ministerie begint daarom een campagne met praktische adviezen. Die zijn ook gebaseerd op tips van De Kindertelefoon.
Volgens Aerdts kunnen ouders het gesprek beginnen door oprechte belangstelling te tonen voor wat hun kinderen online zien. Daarbij gaat het niet alleen om vervelende berichten, maar ook om leuke of grappige ervaringen. "Wees nieuwsgierig naar wat ze zien, ook naar de mooie en grappige dingen", zegt de staatssecretaris.
Snapchat en TikTok vaak genoemd
Kinderen noemen in de peiling vooral Snapchat en TikTok als platforms waar ze nare inhoud tegenkomen. Sociale media liggen al langer onder vuur vanwege verslavende functies en de verspreiding van extreme of schadelijke content. Ook TikTok Shop krijgt kritiek, omdat het kinderen en andere gebruikers zou aanzetten tot impulsaankopen.
Aerdts vindt dat platformbedrijven nog onvoldoende doen om jonge gebruikers te beschermen. "Wij spreken continu de platformen aan die dit soort schadelijke content online laten staan. Het gaat nog niet goed", zegt ze. Volgens de staatssecretaris is de online wereld daardoor nog geen veilige omgeving voor kinderen.
Ouders zouden hun kinderen volgens Aerdts niet moeten veroordelen om wat zij online bekijken of meemaken. Ze adviseert ouders ook om eigen ervaringen te delen. "Geef ook aan dat je zelf ook wel eens iets ziet waar je van schrikt, zodat het echt een open gesprek is."
Kabinet kiest voor Europese aanpak
Het kabinet wil in Europees verband afspraken maken over een minimumleeftijd voor sociale media. Nederland kiest daarmee voor gezamenlijke Europese regels en niet voor een afzonderlijke nationale wet. Aerdts zei eerder dat zij wil voorkomen dat landen verschillende regels invoeren, waardoor onduidelijkheid ontstaat voor bedrijven, toezichthouders, ouders en kinderen.
Frankrijk, Spanje en Griekenland werken wel aan eigen leeftijdsgrenzen. In Frankrijk is een verbod voor kinderen onder de 15 jaar in voorbereiding nadat de Constitutionele Raad bezwaren had tegen de eerdere versie van de wet. De Europese Commissie werkt ondertussen aan strengere leeftijdscontrole en onderzoekt maatregelen om sociale media voor jonge kinderen te beperken.



