Artsen van het Radboudumc hebben een nieuwe operatietechniek ontwikkeld voor vrouwen bij wie door vulvakanker een deel van de clitoris is verwijderd. Bij de eerste 23 patiënten die de ingreep ondergingen, kon 90 procent na de operatie weer een clitoraal orgasme krijgen. Dat gebeurde tussen drie en zes maanden na de behandeling.
De techniek is ontwikkeld door gynaecologisch oncoloog Mieke ten Eikelder en plastisch chirurg Tim Nijhuis. Wanneer een tumor in of vlak bij de clitoris zit, halen artsen soms een deel van het orgaan weg. Bij de nieuwe aanpak gebeurt de reconstructie meteen tijdens het verwijderen van de tumor en duurt de operatie ongeveer 15 minuten langer.
Zenuwen blijven behouden
Tijdens de ingreep maken de artsen de zenuwbundels van de clitoris voorzichtig los. Ze verplaatsen die naar een nieuwe positie en bedekken het uiteinde met een stukje wangslijmvlies. Dat weefsel lijkt volgens de behandelaars op het weefsel rond de vulva en moet helpen om de gevoeligheid te behouden.
Een tweede operatie is daardoor niet nodig. In de eerste periode kan het gevoel volgens Ten Eikelder juist sterker of minder sterk zijn. Na ongeveer een jaar is het herstel doorgaans optimaal en keert de gevoeligheid bij de meeste vrouwen terug naar het niveau van voor de operatie.
Ten Eikelder zegt dat bij eerdere behandelingen vooral de wond werd gesloten, zonder dat de gevolgen voor seksualiteit en kwaliteit van leven centraal stonden. "Zonder aandacht voor kwaliteit van leven of de vraag of een orgasme nog mogelijk is", zegt zij over die eerdere situatie.
De 80-jarige kunstenares Hanni Braspenning, die in het Radboudumc werd geopereerd, noemt seksualiteit belangrijk voor haar identiteit. "Zonder clitoris ben ik een deel van mijn vrouwelijkheid kwijt en dat zou geen goed effect op mijn kunst hebben. Daar heb ik nu geen zorgen meer over."
De veelbelovende eerste resultaten worden nu verder onderzocht. Het Radboudumc werkt daarvoor samen met acht andere Nederlandse ziekenhuizen die vulvakanker behandelen. Gynaecologisch oncologen en plastisch chirurgen leren daar de methode, mede met financiële steun van KWF Kankerbestrijding.
De ontwikkelaars leiden ook specialisten uit andere landen op. Volgens Ten Eikelder moet nog worden onderzocht hoe de ingreep veilig en op grotere schaal in de reguliere zorg kan worden toegepast. De artsen hopen dat de methode uiteindelijk wereldwijd de standaard wordt.



