Noordelijke gemeenten verliezen veel bushaltes sinds 2020

Nederland telt ruim 1100 bushaltes minder dan zes jaar geleden. Vooral Drenthe en Groningen zagen het aanbod sterk dalen: beide provincies verloren sinds 2020 meer dan 13 procent van hun haltes.

Een kaart van Nederland toont provincies waar sinds 2020 veel bushaltes zijn verdwenen
Een kaart van Nederland toont provincies waar sinds 2020 veel bushaltes zijn verdwenen · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Nederland had eind september 39.525 actieve bushaltes. Dat waren er in 2020 nog 40.704, een afname van ruim 1100 haltes. In ongeveer de helft van de gemeenten ligt het aantal bushaltes nu lager dan zes jaar geleden. Van enkele gemeenten zijn geen gegevens beschikbaar.

Grote afname in het noorden

De daling is het sterkst in Drenthe en Groningen. Beide provincies verloren sinds 2020 meer dan 13 procent van hun bushaltes. In Midden-Drenthe verdwenen 51 haltes. Oldambt in Groningen verloor er 75.

Ook in de gemeenten Groningen en Leeuwarden nam het aantal flink af, met respectievelijk 85 en 72 haltes. In Noardeast-Fryslân verdwenen 47 haltes, terwijl Aa en Hunze er 43 minder had. Ooststellingwerf verloor 35 haltes en Westerwolde 48.

De ontwikkeling verschilt sterk per gemeente. West Maas en Waal in Gelderland raakte meer dan de helft van zijn bushaltes kwijt. Daartegenover staat Mook en Middelaar in Limburg, waar het aantal haltes ruim verdubbelde. Ook Helmond, Hoeksche Waard en Purmerend kregen er relatief veel haltes bij.

Verschillen tussen provincies

Flevoland, Overijssel en Limburg zijn de enige provincies waar het totale aantal bushaltes toenam. In de overige provincies was sprake van een daling, al zijn de verschillen tussen gemeenten groot.

Paul van de Coevering, lector mobiliteit en stedelijke ontwikkeling aan Breda University of Applied Sciences, zegt dat de afname al langer speelt. Het openbaar vervoer heeft volgens hem sinds de jaren 2000 te maken met bezuinigingen en buslijnen zijn efficiënter ingericht.

"Lijnen worden steeds vaker gestrekt. De bus rijdt dan niet meer door een klein dorp, maar erlangs", zegt Van de Coevering. Daardoor moeten reizigers volgens hem vaker verder lopen en worden zij afhankelijker van de fiets of auto. Het openbaar vervoer wordt daarmee minder toegankelijk voor mensen die minder gemakkelijk andere vervoermiddelen kunnen gebruiken.

Lees ook