De Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) onderzoekt hoe meer grote ziekenhuizen zorg rond zwangerschapsafbrekingen tussen 22 en 24 weken kunnen aanbieden. Nu ligt deze zorg bij een beperkt aantal ziekenhuizen, waaronder het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG).
De verdeling moet zorgverleners ontlasten en ervoor zorgen dat vrouwen die hiervoor in aanmerking komen tijdig passende begeleiding kunnen krijgen. Het UMCG wil deze zorg zelf blijven aanbieden.
Er verandert niets aan de regels voor zwangerschapsafbrekingen. Sanne Gordijn, hoofd verloskunde bij het UMCG, zegt dat hierover onrust is ontstaan door de indruk dat het beleid zou wijzigen. "Herverdeling van deze zorg betekent niet dat er iets verandert aan het huidige beleid", zegt zij.
Medische risico's
Zwangerschapsafbrekingen na 22 weken worden in een ziekenhuis begeleid omdat de kans op medische complicaties dan groter is. Abortusklinieken voeren deze ingrepen boven die termijn niet uit, omdat zij geen mogelijkheid bieden voor opname als die nodig is.
"Na 22 weken is, ongeacht de methode van zwangerschapsbeëindiging, het risico op medische problemen die een ziekenhuisopname vereisen zo groot, dat deze zorg altijd wordt begeleid in een ziekenhuis", aldus Gordijn. De NVOG bekijkt daarom welke ziekenhuizen de benodigde zorg en eventuele opnames kunnen verzorgen.
De begeleiding van een zwangerschapsafbreking in deze fase is ook zwaar voor zorgpersoneel. Gordijn noemt de situatie emotioneel ingewikkeld voor zowel de zwangere als het medische team. "Het went nooit. Daarom moeten we deze zorg beter over ziekenhuizen verdelen."
Zorgvuldige begeleiding
Bij een verzoek om zwangerschapsafbreking bespreken zorgverleners en medisch maatschappelijk werkers met de zwangere wat de situatie is en welke vervolgstappen mogelijk zijn. Daarbij komen ook alternatieven, zoals adoptie, aan bod. Vrouwen kunnen psychologische ondersteuning krijgen.
Volgens Gordijn is de reden voor een zwangerschapsafbreking vaak een combinatie van factoren, waarbij de nood van de zwangere centraal staat. "Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen medische en niet-medische indicaties", zegt zij.
Het UMCG stelt dat vrouwen die binnen de wettelijke kaders in aanmerking komen voor deze zorg, toegang moeten houden tot zorgvuldig georganiseerde hulp.



