Maria Dorke Verhagen (40) uit Gemert kreeg in haar tienerjaren ernstige anorexia. Toen zij 42 kilo woog, dreigde een opname als zij haar eetpatroon niet zou veranderen. Een confronterende actie van haar vader hielp haar de stap naar herstel te zetten.
Haar vader nam haar mee in de auto naar het huis van een jonge vrouw die volgens hem was opgegeven. Hij wees Verhagen erop welke gevolgen de eetstoornis voor haar ouders zou kunnen hebben. „Zie je dat? Zij is opgegeven en haar ouders gaan daar helemaal aan kapot. Is dat wat je ons aan wilt doen?”
Verhagen zegt dat deze directe aanpak haar wakker schudde. „Uiteindelijk is het me gelukt om beter voor mezelf te zorgen, maar ik zie anorexia als een litteken van een wond dat je altijd moet blijven verzorgen.”
Gezinssituatie en eenzaamheid
Verhagen groeide op met een broer die later de diagnose autisme kreeg. Zij voelde zich als kind vaak alleen en probeerde thuis geen extra aandacht te vragen. De situatie in het gezin was voor de buitenwereld niet zichtbaar, maar zij had het gevoel dat zij zich steeds moest aanpassen.
Haar vader werkte zeven dagen per week in een agrarisch bedrijf met 800 kalveren. Verhagen wilde hem helpen. Op school kon zij goed meekomen, maar ze bracht veel tijd dromend in de klas door en vroeg zich af waarom zij daar zat.
De spanning thuis, zorgen over het bedrijf en haar moeite met school zorgden ervoor dat zij haar gevoelens wegstopte, vertelt ze. Vervolgens richtte zij zich steeds sterker op eten en gewicht. Ze fietste dagelijks 12 kilometer naar de mavo in Eindhoven, terwijl ze weinig energie had en steeds dunner werd.
„Ik stelde streefdoelen op qua eten op een dag. Niet meer dan één boterham, een beetje vlees, een paar aardappels en groente”, zegt Verhagen. De zwaarste periode was toen zij 15 tot 17 jaar oud was. Door de eetstoornis negeerde zij ook lichamelijke signalen, waaronder het uitblijven van haar menstruatie.
Na de mavo ging Verhagen werken in de verzorging en later als zelfstandige in de wijkverpleging. Uiteindelijk moest zij stoppen met werken, omdat zij de signalen van haar lichaam lange tijd had genegeerd. Pas daarna kreeg haar herstel volgens haar meer ruimte.
Nu probeert zij beter te herkennen wat zij nodig heeft wanneer het moeilijk gaat. Wandelen in de natuur, rust nemen en contact maken met zichzelf helpen haar daarbij.



