Een man is begin deze maand veroordeeld voor poging tot doodslag nadat hij zijn vriendin in Rozenburg had geprobeerd te wurgen. Hij kreeg 360 dagen cel, waarvan 169 dagen voorwaardelijk, en moet 150 uur taakstraf uitvoeren.
Forensisch onderzoek aan de hals van de vrouw droeg bij aan het bewijs. Het was de eerste veroordeling waarbij de nieuwe onderzoeksmethode voor vermoedelijke wurgpogingen een rol speelde.
In november hoorden buren de vrouw in haar woning om hulp roepen. Zij wist de voordeur te bereiken en open te doen. De buren trokken de man van haar af en waarschuwden de politie.
Agenten verwezen de vrouw vervolgens naar forensisch medisch expertisecentrum FARR. Een forensisch arts stelde daar vast dat haar verwondingen en klachten pasten bij een matige verwurging. Als het geweld langer had voortgeduurd, had de vrouw kunnen overlijden.
Onderzoek maakt verborgen letsel zichtbaar
In Rotterdam en Amsterdam loopt sinds 1 december 2025 een proef voor slachtoffers bij wie een wurgpoging wordt vermoed. Politie en Veilig Thuis kunnen daarbij snel een medisch expertisecentrum inschakelen.
Slachtoffers worden onder meer onderzocht met forensisch licht en een speciale camera. Daarmee kunnen deskundigen ook letsel vastleggen dat aan de buitenkant niet zichtbaar is, op verschillende diepten van de huid. De bevindingen kunnen vervolgens als bewijs dienen in een strafzaak.
Het Openbaar Ministerie noemt de uitspraak een belangrijke stap. "Het is goed om te zien dat het onderzoek van forensisch medisch expertisecentrum FARR heeft bijgedragen aan een betere informatiepositie en ervoor heeft gezorgd dat dit geweld kon worden bewezen."
FARR-directeur Geranda Zeelenberg zegt dat het onderzoek rechters extra informatie kan geven bij het bepalen van een passende straf. "Dat is van belang in dit soort zaken, waarin het vaak neerkomt op haar woord tegen het zijne."
Wurgpogingen gelden als een ernstig signaal van mogelijk escalerend partnergeweld en kunnen voorafgaan aan femicide. FARR verwachtte jaarlijks ongeveer 200 aanvragen in de Rotterdamse proef, maar kreeg in de eerste drie maanden al 150 meldingen. Bij ongeveer 90 procent van de onderzochte slachtoffers ging het om vrouwen en in 78 procent van de gevallen om partnergeweld.



