Duizenden kinderen met tuberculose verbleven in de jaren 50 langdurig in Nederlandse sanatoria. Sommigen lagen maanden of jaren vrijwel voortdurend op bed, soms in een gipsen korset op een houten bedkist. Vooral kinderen met tuberculose in de botten kregen zulke behandelingen.
Voormalige patiënten vertellen over strenge regels en vernederende straffen. Kinderen die te druk waren, zouden met linten aan hun bed zijn vastgebonden. Wie moest overgeven, moest het braaksel opnieuw opeten of werd opgesloten in een donkere kamer. Ook zouden kinderen die tijdens de middagrust praatten een ijskoude douche hebben gekregen of urenlang onder wollen dekens in de zon hebben gelegen. Daarnaast wordt melding gemaakt van een geval van seksueel misbruik.
Ervaringen komen overeen
De verhalen zijn verzameld door Inge Mutsaers, schrijver en onderzoeker uit Nijmegen. Haar vader, Kees Mutsaers, verbleef van zijn zesde tot zijn negende in sanatorium Sint Jozefsheil in Bakel vanwege tuberculose in zijn rug. Voor haar boek sprak zij ook met andere voormalige patiënten, die inmiddels rond de zeventig zijn.
Volgens Carlo Schuengel, hoogleraar orthopedagogiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam, vertonen de beschreven praktijken overeenkomsten met misstanden in internaten en psychiatrische instellingen uit dezelfde periode. In grote instellingen was volgens hem vaak veel afstand tussen personeel en kinderen. Dat kon leiden tot emotionele verwaarlozing en mishandeling, met mogelijk langdurige gevolgen zoals angst, depressie en problemen in relaties.
De sanatoriumkinderen zijn niet opgenomen in het rapport van de Commissie-De Winter uit 2019. Die commissie onderzocht misstanden in de jeugdzorg vanaf 1945, maar richtte zich op kinderen die onder verantwoordelijkheid van de overheid uit huis waren geplaatst. Ook het onderzoek van de Commissie-Deetman uit 2016 naar misbruik in kerkelijke instellingen behandelde deze groep niet.
Vraag om erkenning
Exacte cijfers over het aantal kinderen in sanatoria ontbreken. Nederland telde in die periode tientallen van zulke instellingen. Mutsaers zegt dat veel voormalige patiënten nog leven met de gevolgen van hun verblijf en dat sommigen erkenning zoeken voor wat hun is aangedaan.
Schuengel en hoogleraar psychotrauma Trudy Mooren noemen de groep daarom vergeten. Schuengel vindt erkenning belangrijk voor een deel van de voormalige patiënten. Bisschop Gerard de Korte zegt dat de kerk geen nieuw onderzoek wil beginnen, maar wel openstaat voor een gesprek. Volgens hem waren de zusters verantwoordelijk voor wat er in de sanatoria gebeurde.


