Het gerechtshof in Den Haag heeft de 38-jarige agent Bilal A. uit Breda vrijgesproken van computervredebreuk. De rechtbank had hem eerder veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur, maar het hof vindt dat er onvoldoende bewijs is dat hij onbevoegd handelde.
De zaak ging over bijna dertig zoekopdrachten in politiesystemen tussen maart 2019 en mei 2020. Daarbij werden onder meer kentekens, telefoonnummers en burgerservicenummers opgezocht. Een deel van de zoekopdrachten gebeurde buiten de regio waarin A. werkte en buiten zijn diensttijd.
Geen onderzoek naar diensttelefoon
A. verklaarde dat hij de zoekopdrachten kon uitleggen met notities op zijn diensttelefoon. Die telefoon is echter nooit door de politie onderzocht. Daardoor kan het hof niet vaststellen of zijn verklaring klopt, maar ook niet uitsluiten dat hij de bevragingen met een rechtmatige reden uitvoerde.
Het hof stelt dat sommige zoekopdrachten vragen oproepen. Dat geldt vooral voor bevragingen buiten werktijd en buiten het werkgebied van A. Toch is volgens het hof niet bewezen dat hij zonder toestemming informatie opvroeg of daarbij opzettelijk verkeerd handelde. Daarom volgt vrijspraak.
A. zei eerder dat hij de zoekopdrachten niet allemaal meer kon herinneren. Hij wees erop dat hij veertien jaar bij de politie werkte en in die periode honderden, duizenden of misschien wel een miljoen bevragingen had gedaan. Ook stelde hij dat hij zichzelf altijd als agent beschouwde, ook buiten diensttijd.
De zaak leidde eerder tot kritiek op het gebruik van politiesystemen voor privévragen. A. zocht onder meer informatie op voor familieleden, bijvoorbeeld over kentekens in de straat waar zijn schoonouders wonen. De officier van justitie zei destijds: “Het politiesysteem is geen Google, en kan niet als zodanig gebruikt worden.”
Eerdere verdenkingen
Bilal A. was te zien in de documentaire De Blauwe Familie uit 2022. Daarin vertelden agenten met een migratieachtergrond over discriminatie, uitsluiting en pesterijen binnen de politie. De Tweede Kamer nam daarna een motie aan waarin de politie werd opgeroepen de betrokken agenten te rehabiliteren.
In het geval van A. bleef dat uit zolang er verdenkingen tegen hem liepen. Hij werd eerder ook in verband gebracht met drugshandel en het lekken van politie-informatie. Het Openbaar Ministerie kon ook die beschuldigingen niet bewijzen.



