Drie mensen in Nederland zijn overleden aan het westnijlvirus. Het aantal vastgestelde besmettingen is gestegen van 9 naar 18, meldt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
Daarmee is het aantal geregistreerde besmettingen verdubbeld. De nieuwe cijfers brengen het totaal op 18 besmettingen en drie sterfgevallen in Nederland.
Overdracht door muggen
Het westnijlvirus wordt overgedragen door muggen. Mensen kunnen besmet raken door een beet van een mug die het virus bij zich draagt. De overdracht houdt verband met de aanwezigheid van het virus onder muggen.
Het westnijlvirus wordt dus niet rechtstreeks door het virus zelf in de omgeving verspreid, maar via muggen. Een besmette mug kan het virus bij een beet overdragen op een mens.
De stijging van 9 naar 18 betekent dat het aantal vastgestelde besmettingen in de nieuwe RIVM-cijfers twee keer zo hoog is als eerder. Het dodental staat volgens die cijfers op drie.
De meldingen laten zien dat het westnijlvirus opnieuw in Nederland wordt vastgesteld. Het RIVM volgt de verspreiding van het virus. De cijfers hebben betrekking op besmettingen die in Nederland zijn vastgesteld.
De sterfgevallen en besmettingen maken duidelijk dat het virus in Nederland tot ernstige ziekte kan leiden. Het westnijlvirus wordt in verband gebracht met muggen die het virus dragen. Daardoor speelt de aanwezigheid van besmette muggen een rol bij nieuwe infecties.
Met 18 vastgestelde besmettingen is het aantal sinds de vorige melding verdubbeld. Tegelijkertijd is het aantal overleden patiënten opgelopen tot drie. Het RIVM meldt deze aantallen als de actuele stand voor Nederland.



