Deradicalisering blijft moeilijk te beoordelen

De nieuwe aanhoudingen in een terrorismeonderzoek laten zien hoe lastig het is om vast te stellen of iemand afstand heeft genomen van extremistische ideeën. Behandelingen zijn moeilijk op effect te testen en terugval is niet volledig uit te sluiten.

Een arrestatieteam houdt een verdachte aan in een terrorismeonderzoek
Een arrestatieteam houdt een verdachte aan in een terrorismeonderzoek · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

De aanhouding van een 19-jarige man uit Eindhoven en twee minderjarige verdachten in een terrorismeonderzoek onderstreept hoe ingewikkeld deradicalisering is. Alle drie waren al eerder in beeld in terrorismezaken. De 19-jarige Eindhovenaar is eerder veroordeeld voor het plannen van een aanslag en was twee jaar op vrije voeten.

Psychologe Gaby Thijssen, die promoveerde op deradicalisering aan Tilburg University en op de terreurafdeling van de PI Vught werkte, zegt dat niet met zekerheid is vast te stellen of een aanpak werkt. Bij deze groep is het lastig om het risico op nieuw geweld goed in te schatten, mede doordat er relatief weinig terrorismeverdachten zijn.

In medisch onderzoek kan de werking van een behandeling vaak met controlegroepen worden onderzocht. Bij deradicalisering is dat nauwelijks mogelijk. Het is niet vast te stellen of gesprekken met een psycholoog, begeleiding door een imam of andere interventies voorkomen dat iemand later geweld gebruikt.

Geen standaardaanpak

Radicalisering kent volgens Thijssen geen vast patroon. Er bestaat daardoor ook geen behandeling die voor iedere persoon werkt. De oorzaken verschillen per individu en vragen om begeleiding die daarbij aansluit.

Mensen die radicaliseren zijn vaak tussen de 21 en 30 jaar oud. Een gebrek aan houvast, de behoefte om ergens bij te horen, gevoelens van onrecht en de zoektocht naar betekenis kunnen daarbij een rol spelen. Ook de sociale omgeving heeft invloed: geradicaliseerde vrienden, familie of onlinecontacten kunnen iemand verder het extremisme in trekken.

Die omgeving kan ook helpen om afstand te nemen van radicale ideeën. Begeleiding richt zich daarom mede op het herstellen van contact met familie en andere steunfiguren. Soms brokkelt een extremistische overtuiging af wanneer verwachtingen botsen met de werkelijkheid, bijvoorbeeld bij mensen die zich bij Islamitische Staat hadden aangesloten en daar andere omstandigheden aantroffen dan hun was beloofd.

Vrijlating blijft een lastig moment

Een gevangenisstraf eindigt niet automatisch wanneer iemand als gederadicaliseerd wordt beschouwd. Andersom kan iemand vrijkomen na het uitzitten van een straf, ook als er twijfel blijft bestaan over diens overtuigingen. Thijssen wijst erop dat professionals niet in iemands hoofd kunnen kijken en dat verdachten kunnen zeggen wat een beoordelaar wil horen.

De kans op herhaling is volgens haar onderzoek wereldwijd ongeveer 5 procent onder terroristen. Dat ligt aanzienlijk lager dan bij reguliere criminaliteit, waar de recidive volgens haar rond de 80 tot 90 procent bedraagt. Toch blijft de beoordeling van individuele gevallen moeilijk, omdat overtuigingen en risico's niet betrouwbaar meetbaar zijn.

Een overtuigend onderzoek naar interventies die aantoonbaar radicalisering tegengaan, ontbreekt nog. Ouder worden blijkt wel een factor die vaak samenhangt met het afnemen van extremistische denkbeelden.

Lees ook