Christenen voor Israël moet verkoop nederzettingenproducten stoppen

Christenen voor Israël moet vanaf 22 september stoppen met de verkoop van producten uit illegale Israëlische nederzettingen. Het landelijke invoerverbod raakt onder meer wijn, parfum en andere artikelen in de Israëlwinkel in Nijkerk en de webwinkel.

Het Israël Producten Centrum van Christenen voor Israël in Nijkerk
Het Israël Producten Centrum van Christenen voor Israël in Nijkerk · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Duizenden producten verdwijnen vanaf 22 september uit het aanbod van Christenen voor Israël. De organisatie verkoopt de artikelen via het Israël Producten Centrum en in de Israëlwinkel in Nijkerk. Het gaat onder meer om wijn, parfum en andere goederen uit Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied.

De maatregel volgt op een landelijk verbod op de invoer en doorvoer van goederen uit illegale nederzettingen. De Tweede Kamer stemde vorig jaar al in met zo'n verbod. Minister Tom Berendsen van Buitenlandse Zaken maakte vorige week bekend dat de regeling op 22 september ingaat.

Woordvoerder Sara van Oordt zegt dat Christenen voor Israël de enige grote importeur van deze producten in Nederland is. Volgens haar is het aandeel goederen uit bezette gebieden beperkt. Alleen al van de wijn zouden ongeveer 20.000 flessen in voorraad zijn.

Kritiek op termijn en regels

Christenen voor Israël noemt het verbod eenzijdig. Van Oordt wijst erop dat Nederland voor andere gebieden die als bezet of betwist worden beschouwd geen vergelijkbare handelsmaatregel heeft. Ook vindt de organisatie dat de tijd om de huidige voorraad af te bouwen te kort is.

Daarnaast zet de organisatie vraagtekens bij de juridische voorbereiding. Zo wijst zij op opmerkingen van de Raad van State over het ontbreken van een internetconsultatie. Christenen voor Israël wil ook weten hoe een nationaal invoerverbod past binnen Europese regels over het vrije verkeer van goederen.

De organisatie verwacht dat vooral Palestijnse werknemers gevolgen kunnen ondervinden, omdat zij bij bedrijven in de nederzettingen werken. Van Oordt noemt het verbod daarom symboolpolitiek en stelt dat Israël er niet wezenlijk door wordt geraakt.

Internationaal recht

Larissa van den Herik, hoogleraar internationaal recht aan de Universiteit Leiden, verwerpt de kritiek dat Nederland niet zou mogen optreden zolang elders ook het internationaal recht wordt geschonden. Zij zegt dat staten een verantwoordelijkheid hebben om schendingen te helpen beëindigen.

Het Internationaal Gerechtshof oordeelde in een advies uit 2024 dat de Israëlische bezetting en annexatie in strijd zijn met het internationaal recht. Volgens Van den Herik mogen staten daaraan geen steun verlenen. Zij ziet het handelsverbod als een invulling van die verplichting.

Van Oordt verwijst naar de Oslo-akkoorden, die Israël bestuurstaken geven in de zogeheten C-gebieden. Van den Herik stelt dat dit geen rechtvaardiging biedt voor annexatie of een blijvende Israëlische aanwezigheid in Palestijns gebied. Volgens haar is het verbod niet gericht tegen Israëliërs of Palestijnen, maar tegen schendingen van internationaal recht, geweld en extremisme.

Lees ook