De meeste kinderen in Nederland wonen op korte afstand van een basisschool. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat de dichtstbijzijnde school gemiddeld 0,8 kilometer van hun huis ligt. In vrijwel alle provincies blijft de gemiddelde afstand onder één kilometer.
Drenthe heeft de grootste gemiddelde afstand. Daar moeten kinderen gemiddeld 1,0 kilometer reizen naar de dichtstbijzijnde basisschool. Op gemeenteniveau zijn de afstanden het grootst in Zeewolde, Baarle-Nassau en Westerveld. In die gemeenten bedraagt de gemiddelde afstand 1,6 kilometer.
Meeste kinderen fietsen niet elke dag
Een korte afstand betekent niet automatisch dat kinderen lopend of op de fiets naar school gaan. Ruim zes op de tien basisschoolkinderen fietsen geregeld, blijkt uit een onderzoek van het Mulier Instituut onder ouders. Een kwart van de kinderen die fietsen, doet dat dagelijks.
Kinderen die nooit met de fiets gaan, lopen vaak naar school. Wie op sommige dagen wel zelf fietst, wordt op andere dagen meestal met de auto gebracht. Daarmee wisselen veel gezinnen zelfstandig vervoer en autovervoer af.
Veilig Verkeer Nederland vraagt aan het begin van het nieuwe schooljaar opnieuw aandacht voor de verkeersveiligheid van kinderen. De organisatie gebruikt daarvoor onder meer blauwe spandoeken langs wegen bij scholen. In de regio Midden begint het schooljaar een week later dan in de andere regio's.
Verschillen in ervaren verkeersveiligheid
De ervaren veiligheid verschilt per plaats. In een enquête van de Fietsersbond onder ruim veertigduizend fietsers waren Amsterdammers het meest kritisch over de veiligheid van fietsende schoolkinderen.
Schiermonnikoog kwam juist als veiligste plek naar voren. Op het Waddeneiland zijn auto's niet toegestaan, waardoor kinderen er minder met gemotoriseerd verkeer te maken hebben. De afstand tot school, de manier waarop kinderen reizen en de inrichting van de omgeving bepalen samen hoe zij naar school gaan.



