Een medewerker van ABN Amro heeft tijdens haar ziekteperiode meer dan vijfhonderd thuiswerkdagen gedeclareerd. Omdat zij in die periode niet werkte, had zij geen recht op de vergoeding. De bank ontsloeg haar op staande voet, maar moet haar alsnog 15.965,24 euro aan transitievergoeding betalen.
De vrouw trad op 1 februari 2021 in dienst bij ABN Amro. Haar maandloon bedroeg 9628,83 euro bruto, inclusief vakantiegeld en een vaste bonus. In augustus 2023 meldde zij zich ziek. Daarna keerde zij niet meer terug op haar werk.
Declaraties tijdens ziekte
ABN Amro betaalde haar loon gedurende de wettelijke periode van 104 weken door. Toen die periode was verstreken, kondigde de bank op 3 december 2025 aan dat zij een ontslagaanvraag bij het UWV zou indienen.
In december rondde de vrouw administratieve zaken af. Daarbij diende zij declaraties in voor meer dan vijfhonderd thuiswerkdagen tussen eind 2023 en eind 2025. De vergoeding bedroeg 3 euro per dag, waarmee het totale bedrag boven de 1500 euro uitkwam.
De bank ontdekte de declaraties op 7 januari. Tijdens de arbeidsvoorwaarden van ABN Amro staat dat de vergoeding alleen geldt voor dagen waarop daadwerkelijk vanuit huis wordt gewerkt en niet naar het werk wordt gereisd. Werknemers mogen de vergoeding volgens die regels niet aanvragen tijdens ziekte of verlof.
De vrouw zei bij de rechtbank dat zij niet wist dat de vergoeding tijdens ziekte niet was toegestaan. Een eerdere aanvraag voor een ziektedag was goedgekeurd. Ook kreeg zij een vergoeding voor internetkosten thuis, waardoor zij dacht dat de declaraties waren toegestaan.
Ontslag blijft overeind
De kantonrechter oordeelde dat de voorwaarden duidelijk waren. De eerdere goedkeuring van een declaratie veranderde daar niets aan. Het ontslag op staande voet bleef daarom in stand en de vrouw kreeg geen billijke vergoeding.
Wel vond de rechter haar handelen niet ernstig verwijtbaar. De vrouw had verklaard dat zij ondoordacht had gehandeld door het naderende ontslag, een zware depressie en PTSS. Volgens de rechter was aannemelijk dat haar langdurige ziekte en psychische klachten haar oordeel over de declaratieregels hadden beïnvloed.
De bank moest de transitievergoeding direct na de uitspraak in juni betalen. De rechtbank bepaalde daarnaast dat ABN Amro en de voormalige medewerker ieder hun eigen proceskosten dragen.



