Op 20 juli 1976 zette Viking 1 als eerste Amerikaanse lander voet op Mars. De missie onderzocht grondmonsters met een klein laboratorium aan boord, gevolgd door Viking 2. De landers voerden drie proeven uit waarin de Marsgrond water, voedingsstoffen en warmte kreeg toegediend om mogelijke biologische activiteit te meten.
In alle drie de experimenten trad een reactie op. Destijds werd die niet gezien als bewijs voor leven, omdat ook chemische processen zonder biologische oorzaak de uitkomsten konden verklaren. Een vierde proef vond bovendien geen organische moleculen, maar wel koolchloorverbindingen. Wetenschappers dachten toen dat die afkomstig waren van schoonmaakmiddel waarmee de landers op aarde waren ontsmet.
Nieuwe uitleg voor oude metingen
Die verklaring kwam onder druk te staan nadat de Phoenix-lander in 2009 chloorhoudende mineralen in de Marsbodem vond. Zulke mineralen kunnen in het Viking-instrument reageren met organisch materiaal en daarbij koolchloorverbindingen vormen. Tests met een replica van het Viking-laboratorium bevestigden dat de resultaten uit 1976 daardoor anders kunnen worden uitgelegd.
Astrobioloog Inge Loes ten Kate van de Universiteit Utrecht denkt ook dat de opzet van de proeven eventuele microben kan hebben geschaad. "Als er bacteriën waren, zijn die misschien verdronken", zegt zij. Sommige microben op aarde halen water rechtstreeks uit de atmosfeer en overleven juist niet wanneer zij in een grote hoeveelheid water terechtkomen.
Latere missies hebben aanvullende aanwijzingen opgeleverd. Rovers vonden organische moleculen op Mars. Perseverance ontdekte afgelopen september gesteente met strepen, puntjes en vlekken in verschillende kleuren. Dergelijke patronen kunnen op aarde ontstaan door microbiële stofwisseling, maar leveren op zichzelf geen bewijs voor leven.
Nieuwe zoektocht blijft lastig
Ten Kate pleit voor een missie die opnieuw gericht onderzoekt of Marsmicroben bestaan. Sinds Viking is geen vergelijkbare missie uitgevoerd. Op plekken waar leven het meest aannemelijk wordt geacht, beperken internationale afspraken voor planetary protection het onderzoek. Die regels moeten voorkomen dat aardse microben mogelijk Martiaans leven verstoren.
Ook de Mars Sample Return-missie, die gesteente- en grondmonsters naar de aarde zou brengen, is in de Verenigde Staten geschrapt door bezuinigingen. De Europese Rosalind Franklin-rover moet volgens plan in 2030 naar biologische moleculen en sporen van leven zoeken. De rover kan tot twee meter diep boren, al is onzeker of mogelijk leven zich veel dieper onder het oppervlak bevindt.
Een nieuwe missie kan ook lessen trekken uit Viking, zegt Ten Kate: conclusies over leven of het ontbreken daarvan moeten niet te snel definitief worden getrokken.



