Het Britse ministerie van Volksgezondheid staat onder druk om het contract met technologiebedrijf Palantir voortijdig te beëindigen. Twee parlementaire commissies hebben de regering al opgeroepen de samenwerking stop te zetten. Dat zou vóór februari volgend jaar kunnen gebeuren.
Palantir bouwde tijdens de coronacrisis een databank voor de National Health Service (NHS), de Britse publieke gezondheidsdienst. Het bedrijf bracht gegevens samen over onder meer ziekenhuisbedden, beademingsapparatuur, beschermende kleding, testresultaten en beschikbare plekken op intensivecareafdelingen.
De samenwerking begon in 2020 met een contract van 1 pond voor drie maanden. Een verlenging van vier maanden kostte 1 miljoen pond, omgerekend ongeveer 1,16 miljoen euro. In 2023 kreeg Palantir vervolgens een contract van 330 miljoen pond, bijna 385 miljoen euro, voor de ontwikkeling van een dataplatform over een periode van zeven jaar.
Bezwaren van artsen
Artsen betwijfelen of het platform de beloofde efficiëntiewinst oplevert. Volgens arts in opleiding Rhiannon Osborne gebruiken maar weinig ziekenhuizen de software. Sommige instellingen zouden al systemen hebben die voldoende functioneren, terwijl andere ziekenhuizen bezwaar maken tegen Palantir vanwege de reputatie en activiteiten van het bedrijf.
„Ons werd verteld dat Palantir een revolutie zou brengen binnen de NHS”, zei Osborne tijdens een protest in Londen. Volgens haar blijken de beloften overdreven en noemen ziekenhuismanagers de software soms „veredelde spreadsheets”. Zij heeft ook principiële bezwaren tegen de betrokkenheid van Palantir bij de uitzetting van migranten in de Verenigde Staten en de militaire activiteiten van Israël.
De Britse medische vakbond sprak zich eerder tegen Palantir uit. Louis Mosley, het hoofd van Palantir in het Verenigd Koninkrijk, verweet kritische artsen dat zij „ideologie verkiezen boven het belang van patiënten”.
Zorgen over patiëntgegevens
Ongeveer zestigduizend patiënten maakten dit voorjaar gebruik van de mogelijkheid om het delen van hun gegevens buiten de NHS te weigeren. Zorgminister James Frith zei dat het wantrouwen waarschijnlijk samenhangt met de discussie over Palantir en de manier waarop het bedrijf met privacygevoelige informatie omgaat.
Uit onderzoek bleek bovendien dat medewerkers van Palantir en andere adviesbedrijven toegang hadden tot nog niet geanonimiseerde patiëntgegevens. Die toegang was volgens de regels alleen bedoeld voor NHS-personeel. Er is geen bewijs dat de gegevens daarna in andere AI-programma’s voor eigen doeleinden zijn gebruikt.
Hoogleraar psychiatrie Andrew McIntosh waarschuwt dat het wantrouwen rond Palantir het draagvlak voor het delen van medische gegevens kan aantasten. Volgens hem kan betrouwbare gegevensuitwisseling de NHS helpen bij het plannen van operaties en het sneller ontslaan van patiënten. Tegelijk is nog onvoldoende duidelijk welke extra resultaten het platform van Palantir precies oplevert.



