De ruimtesonde BepiColombo heeft een belangrijke mijlpaal bereikt op weg naar Mercurius. De missie van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA liet donderdag de Mercury Transfer Module los, het onderdeel dat tijdens de reis voor energie en voortstuwing zorgde.
De sonde moet op 21 november in een baan om Mercurius komen. De Europese Mercury Planetary Orbiter en de Japanse Mercury Magnetospheric Orbiter, die de bijnaam Mio draagt, reizen voorlopig nog samen verder. Kort na aankomst worden ze van elkaar losgemaakt. De eerste reguliere wetenschappelijke waarnemingen staan gepland voor april.
Complexe reis naar de binnenste planeet
BepiColombo werd in 2018 gelanceerd en heeft sindsdien meer dan 10 miljard kilometer afgelegd. Om voldoende snelheid en de juiste koers te bereiken, maakte de sonde negen keer gebruik van de zwaartekracht van de aarde, Venus en Mercurius. Ook gebruikte de missie vier ionenmotoren, het krachtigste elektrische voortstuwingssysteem dat tot nu toe voor een diepe ruimtemissie is ingezet.
De missie liep vertraging op nadat de ionenmotoren in 2024 gedeeltelijk vermogen verloren. Daardoor werd de reis met een jaar verlengd. Mercurius bereiken en er vervolgens in een baan omheen komen kost relatief veel energie, omdat de planeet dicht bij de zon draait en hoge snelheid heeft.
Het afstoten van de voortstuwingsmodule gebeurde op ongeveer 63 miljoen kilometer van de zon. Volgens Ignacio Tanco, hoofd van de ESA-afdeling voor missies in het binnenste zonnestelsel, was de operatie vergelijkbaar met het lanceren van een nieuwe ruimtesonde en bestond er een aanzienlijk risico dat iets mis zou gaan.
De eerste signalen wijzen erop dat de manoeuvre goed is verlopen. Vier veren duwden de twee delen uit elkaar. Telemetrie liet zien dat de zonnepanelen van de Europese orbiter stroom opwekten en de accu's opnieuw werden opgeladen. Verschillende meetinstrumenten en camera's die tijdens de reis door de voortstuwingsmodule werden afgeschermd, kunnen nu voor het eerst volledig worden gebruikt.
De Europese sonde gaat vooral het oppervlak van Mercurius onderzoeken. De Japanse orbiter krijgt een hogere baan en richt zich op het magnetisch veld, plasma en stof rond de planeet. Wetenschappers willen onder meer de samenstelling van Mercurius beter in kaart brengen en onderzoeken of zich in permanent donkere kraters bij de polen waterijs bevindt. ESA-projectwetenschapper Geraint Jones zei dat de twee sondes samen nieuwe inzichten moeten geven in de oorsprong en ontwikkeling van de planeet.



