Bij hoge temperaturen komt het lichaam tijdens zware inspanning voor een dubbele taak te staan. De spieren hebben extra bloed en zuurstof nodig om te kunnen blijven werken, terwijl de huid bloed nodig heeft om warmte af te voeren.
Dat speelt onder meer bij wielrenners in hete bergetappes en bij hardlopers die in de middagzon trainen. Als de lichaamstemperatuur oploopt, neemt de belasting op hart en bloedsomloop toe. Zweten helpt bij de afkoeling, maar leidt ook tot vochtverlies.
Minder ruimte voor maximale inspanning
Bij langdurige inspanning in de hitte kan het lichaam minder goed koelen als er onvoldoende vocht beschikbaar is. De bloedcirculatie moet dan steeds meer prioriteiten stellen tussen de werkende spieren en de warmteafgifte via de huid.
Daardoor kan het moeilijker worden om hetzelfde tempo of vermogen vast te houden. De combinatie van hoge temperatuur, fysieke belasting en vochtverlies vergroot bovendien de kans op oververhitting.
De uitdaging wordt groter in zomers met langdurige hitte. Sporters die buiten actief zijn, krijgen niet alleen te maken met de inspanning zelf, maar ook met omstandigheden die het lichaam belemmeren om overtollige warmte kwijt te raken.
Vooral bij intensieve duurinspanning kan die belasting snel oplopen. Het vermogen om te blijven presteren hangt dan nauw samen met de mogelijkheid van het lichaam om de temperatuur binnen veilige grenzen te houden.



